Ik zag bij de inspiratie facebookgroep van @hobbyshop-online.nl deze vraag voorbij komen, en hij werd mij ook al vaak gesteld … Caran d’Ache Supracolor en Museum Aquarelle: wat is het verschil? Want beide zijn van het merk Caran d’Ache, beide hoog gepigmenteerd en beide water oplosbaar … wat is dan het verschil??
Dus ik dacht “Ik waag er een blog met uitleg aan!”
Supracolor: voor wie graag tekent, opbouwt, schakelt en speelt
Het Supracolor kleurpotlood voor mij echt een heerlijke allrounder. Zo’n potlood van hoge kwaliteit dat je niet in een hoekje hoeft te duwen. Niet: dit is alleen om mee te schetsen. Niet: dit is alleen voor aquarel. Maar juist een materiaal dat ruimte geeft.
Want dat is wat Supracolor zo fijn maakt: het heeft van zichzelf al een krachtige, volle kleurafgifte. Ook droog. Dus als jij iemand bent die graag eerst tekent, vormen zoekt, lagen opbouwt, kleuren langzaam verdiept en pas daarna beslist waar je water wilt inzetten, dan voelt Supracolor meteen logisch.
Zoals ik al zei: je kunt er droog mee opzetten, je kunt er laag over laag mee werken, je kunt stukken activeren met water, zachtheid of vloei toevoegen, en daarna weer gewoon droog verdergaan.
Supracolor: een hybride-potlood.
Supracolor is een potlood waarmee je alle kanten op kan. Daarom noem ik het ook wel een hybride potlood. De speciaal uitgekiende formule van oa. pigment en bindmiddel bewaakt duidelijk het karakter van een kleurpotlood, je voelt dat je tekent, je houdt grip op lijn, op opbouw, op detail maar tegelijk kun je het ook prachtig met water verwerken. Niet als kunstje, maar als volwaardig onderdeel van je workflow.
Daarom zijn de Supracolors ook fijn voor mensen die breed willen werken. Voor illustratie, voor schetsmatig werken, voor gelaagde tekeningen, mixed media. Voor werk waarin je niet van tevoren alles dichttimmert, maar al tekenend ontdekt wat het wil worden.
Dat is ook precies waarom ik in mijn tekencursus Villa Beestenboel met Supracolor werk. Niet omdat het het enige goede kleurpotlood is. Maar wel omdat het zo’n rijk materiaal is om mee te leren werken. Supracolor laat je voelen hoeveel er mogelijk is tussen tekenen en schilderen in.
In de tekencursus Villa Beestenboel laat ik je ook echt zien hoe je het droog én nat kunt gebruiken. Dus niet alleen: kijk, je kunt er water bij doen. Maar vooral: wanneer werkt droog mooi, wanneer voegt water iets toe, en hoe kun je daarna weer verder met droge lagen en details zonder dat je werk zijn levendigheid verliest.
Supracolor dwingt je niet tot één manier van werken. Je mag opbouwen, zoeken, combineren, terugpakken, verfijnen. Je mag tekenen en schilderen in één adem.

Museum Aquarelle: een potlood dat meer richting ‘echte’ aquarelle beweegt
Het is veel te kort door de bocht om te denken dat Supracolor van student-kwaliteit is en de Museum van artist-quality. Want dan zeg je eigenlijk dat de Museum Aquarel een simpele upgrade van de Supracolor is en dat is echt niet zo. Want beide zijn van hoge kwaliteit en beide hebben aangetoonde kleurechtheid. Maar de formule van elk is echt anders. En zo ook de werkwijze.
De Museum Aquarelle potloden dienen een ander verlangen. Een andere manier van werken. Een ander soort handschrift, bijna. Deze lijn is echt ontwikkeld voor aquarellisten, en dat merk je niet aan de hoogwaardig afgewerkte buitenkant, maar vooral aan het gedrag van het pigment en aan de manier van vloeiing wanneer je water toevoegt. Want juist daar zit het verschil. Niet zozeer in een paar droge technische kenmerken die op elkaar lijken, maar in wat er gebeurt zodra jij water toevoegt en de kleur in beweging brengt. Met de Museum Aquarelle is toveren met Aquarelle bijna kinderspel.
Museum Aquarelle is ontwikkeld om te voldoen aan de hoge eisen van aquarelschilderen en aquareltekenen op hoog niveau. De kwaliteit is extra fijn, de pigmentconcentratie hoog, het kleurvermogen intens. En dat merk je. Niet alleen in de kleurkracht zelf, maar vooral in hoe schilderachtig het zich laat verwerken. Er is minder potloodslag en veel meer traditioneel aquarelgevoel. De Museum Aquarelle lost meestal directer, vollediger en schilderachtiger op.
Dus wanneer je wilt dat je werk na activatie minder ‘potloodig’ oogt, minder lijnachtig en minder getekend… en veel meer de uitstraling krijgt van een echte aquarel, met die typische vloei en schilderachtige overgangen. Dan zit je bij de Museum Aquarelle goed.
En dat is denk ik de kern.
Samengevat:
Supracolor blijft trouw aan zijn hybride kleurpotlood-karakter. Museum is veel sneller bereid om dat los te laten. Het gedraagt zich eerder als aquarelverf die toevallig eerst in potloodvorm op papier is gezet.
Dat is ook waarom Museum voor veel aquarellisten zo aantrekkelijk is. Niet omdat ze per se méér kleur nodig hebben, maar omdat ze dat specifieke gedrag zoeken. Dat gevoel dat het materiaal niet alleen oplost, maar echt openbloeit als verf.
Dus welke is beter? Eigenlijk is dat de verkeerde vraag. De juiste vraag is: waar verlang jij naar tijdens het werken?
Supracolor is voor de maker die graag tekent, opbouwt, varieert en de vrijheid wil hebben om droog en nat met elkaar te verweven.
Museum Aquarelle is voor de maker die met potlood wil werken, maar het liefst zo dicht mogelijk tegen echte aquarel aan schuurt.
En daarom werk ik in Villa Beestenboel met Supracolor. Omdat het zo’n prachtig materiaal is om te ontdekken hoeveel er mogelijk is tussen lijn en vloei, tussen controle en loslaten, tussen tekenen en schilderen. Omdat je er techniek mee kunt leren, maar ook spel. Omdat je er grip mee houdt, zonder dat het stijf wordt. En misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste verschil van allemaal: niet wat het potlood op papier doet, maar wat het in jouw handen mogelijk maakt.
Voor zowel de Supracolor als de Museum Aquarelle kan je terecht bij @Hobbyshop-online.nl. Wanneer je via de linkjes besteld krijg ik een klein percentage. Dus alvast bedankt. Wil je een creatieveling verrassen met een kado? Dan is dit setje van Supracolor uiterst leuk en ook deze set van Museum Aquarelle.




