We gingen gewoon… met volle angst vooruit ⭐️ Een week geleden vertrokken we.
En nee, niet omdat dit nou per se het meest logische of perfecte moment voelde. Sterker nog, volgens mij bestaat dat perfecte moment überhaupt niet echt. Maar ergens hadden we dit plan al best een poosje voorzichtig in ons hoofd rondlopen … na 1,5 jaar van serieuze kerk-ellende hebben we het nodig tijd en energie te investeren in onszelf. Na jaren van onszelf altijd wegcijferen en ons inzetten voor anderen … is het nu tijd voor een reset. Een keertje niet denken aan wat anderen van ons verwachten maar even terug naar onszelf. Even weer terug naar de basis.
Want later isnu.
Niet op zo’n groots, inspirerend tegeltje-aan-de-muur-manier hoor, maar eerder als een soort liefdevolle reality check voor onszelf. Want hoe vaak schuiven we mooie dingen niet vooruit? Later als het rustiger is… Later als alles opgelost voelt… Dus besloten we dit keer niet te wachten tot alles “af” voelde, maar gewoon zélf een beetje omstandigheden te creëren. Niet groots of meeslepend trouwens… eerder heel basic. (Het moet financieel ook haalbaar blijven 🤪)
Dus stapten we in de auto, koppelden we onze oude, gare maar trouwe sleurhut aan en reden we gewoon weg. Met koffie, een overvolle caravan, een licht ongemakkelijk gevoel van waar beginnen we eigenlijk aan? en… uiteraard… ongeveer mijn halve atelier achterin 😅 Want wie denkt dat ik maanden van huis ga zonder schetsboeken, kleurpotloden, Bible journaling-spullen, verf, camera’s, pastelpotloden en nog een klein creatief depot, kent mij duidelijk nog niet zo goed 🤪 (En ik moet onderweg ook werken…#geenexcuus)
En de reis besloot overigens meteen even te testen hoe serieus wij waren over dit hele reisplan (niet dat we een plan hebben anders dan dat we vertrokken zijn – onze neus achterna) 😏 Zo werden we in Boedapest op een station op uiterst enthousiaste wijze “geholpen” door een zeer charmante, tandeloze Hongaar, die het allemaal héél zeker wist … alleen niet helemaal begreep wat wij bedoelden. Dat verhaal verdient eigenlijk een eigen podium, want geloof me: dit was theater 😅 – dus dat lees je op onze polarsteps…
En nog voordat we goed en wel in de vakantiemodus zaten, begon onze caravan onderweg geluiden te maken waarvan je intuïtief denkt: hmm… dit klinkt duur Jawel. Een kapot wiellager. Niets zegt ontspanning als je met een caravan ergens in the middle of nowhere staat. Maar hé, we zijn er nog 😌 (en ook dit lees je in onze polarsteps)
Inmiddels zitten we in Bulgarije en eerlijk: het is prachtig. Bergen, zon, frisse lucht, mooie uitzichten en langzaam een beetje landen. Over goedkoop gesproken: voor ons is dit een dure camping: 36€ per nacht. In Griekenland zitten we aanzienlijk goedkoper … Maar dit is dan wel gelijk een splinternieuwe camping … chique de friemel met allerlei zwembaden, thermalbad en sauna inclusief… we mogen een beetje luxe beginnen toch?
De bedoeling is om hierna richting Griekenland te trekken, naar plekken die inmiddels een beetje als thuiskomen voelen, zoals Kalambaka en Delphi. Misschien gaan we daarna richting Albanië of mogelijk zelfs westelijk Turkije. Of misschien slaan we ergens spontaan een afslag in omdat iets er gezellig uitziet. We weten het nog niet. Geen plan was ons plan En dat past eigenlijk ook wel bij ons.
Wil je onderweg een beetje meereizen en lachen om onze chaos? Op Instagram neem ik je natuurlijk een beetje mee – al probeer ik social media heel bewust een poosje te minderen, maar op Polarsteps deel ik met regelmaat korte, ongefilterde updates onderweg…
En PS … je kan gewoon cursussen blijven volgen hoor – graag zelfs 🥳 – ik ben dan wel onderweg, maar voor vragen en hulp met cursussen altijd bereikbaar! Op dit moment is de cursus Magische Middeleeuwen nog met een flinke korting!
Misschien heb je het voorbij zien komen: van die leuke kleurrijke plaatjes, mooie botanische afdrukken en prachtige soort van vintage image transfers. Welkom in de wereld van gelprinten 😄
Afgelopen weekend mocht ik bij Hobbyshop-online.nl een hele dag demo’s geven met de prachtige Amsterdam acrylverf van Royal Talens (waarvoor: dankjewel voor de uitnodiging ❤️). En eerlijk? Ik snap steeds beter waarom mensen hier zo verslaafd aan raken.
Want gelprinten is een beetje magie. Een beetje experimenteren. En soms ook een klein beetje: “eh… wat is dit geworden?” Maar dat hoort erbij. Sterker nog: hoe minder perfectionistisch je erin stapt, hoe leuker het vaak wordt. Dus als jij denkt: ik wil dit proberen maar ik ben bang dat ik alles verpest … goed nieuws. Dat hoort officieel bij deze hobby.
En voor je denkt ‘ik heb al zoveel hobby’s’ … dit is de hobby die al het andere met elkaar verbindt’ want zo een gell press kan je inzetten voor leuke achtergronden in je schetsboek of (bible) journal, voor collages of canvas. En je kan er met zoveel materialen op werken!
Eerst even dit: wat heb je nodig om te starten?
Een gelplate, een roller, wat papier, acrylverf en vooral: zin om te experimenteren. Bij Hobbyshop-online.nl hebben ze trouwens een fijn starterspakket waarmee je meteen aan de slag kunt (scheelt je eindeloos uitzoeken en 37 verkeerde aankopen op internet 🙃).
En als je het mij vraagt: begin gewoon simpel. Geen druk. Geen Pinterest-perfectie. Gewoon spelen. Begin gewoon met ontdekken wat die press doet. Hoeveel verf is genoeg? (Geloof me: veel minder dan je denkt!) – hoe werkt het uitrollen voor jou het best … welke kleuren geven een leuk effect … neem je tijd om lekker te spelen, ontdekken en je te verwonderen. Overigens lijkt mij zo een gel press ook heerlijk om samen met jonge kinderen (vanaf middenbouw basissschool) te experimenteren.
Maar voor je begint: Drie beginnersfouten die bijna iedereen maakt:
1. Je gelplate na gebruik enthousiast schrobben met water en afwasmiddel of zeep. Niet doen. Echt niet. Een gelplate bevat minerale oliën in het materiaal. En als je hem telkens met zeep gaat behandelen, wordt hij daar niet blij van.
De makkelijkste oplossing? Babyolie. Gewoon de goedkoopste uit de supermarkt. Een beetje op een doekje, zacht schoonmaken, eventueel even laten intrekken en klaar. Keukenolie of olijfolie kan eventueel ook, maar geloof me: je creatieve hoek die subtiel naar de snackbar ruikt… is misschien niet helemaal de vibe die we zoeken.
2. Veel te dikke lagen verf smeren. Dit is waarschijnlijk dé klassieker Je denkt misschien: meer verf = mooier resultaat. Maar bij gelprinten is het vaak precies andersom. Dunne laagjes werken mooier. Rustiger. Interessanter. Vooral transparante of half dekkende kleuren geven prachtige effecten omdat kleuren over elkaar heen gaan werken. Daarom vond ik de Amsterdam acrylverf tijdens de demodag ook zo fijn: veel kleuren lenen zich perfect voor transparante lagen waardoor je echt diepte krijgt in je prints. Denk dus niet: klodderen. Denk: laagje… op laagje… op laagje. (Al blijft een béétje kliederen natuurlijk onderdeel van de charme.)
3. Niet weten wanneer je moet wachten … en wanneer juist niet. Dit is waar beginners vaak in de war raken. Dus hierbij de simpelste uitleg ooit: Vraag jezelf af: ben ik nog aan het bouwen? Of klaar om af te drukken?
>> Ben je nog aan het bouwen aan je print? Dus laagjes toevoegen, kleuren opbouwen of patronen maken? ➡️ Laat de vorige laag dan eerst drogen. Anders trek je de onderlaag los en mengt alles tot creatieve soep. (En geloof me: modderbruin was waarschijnlijk niet het plan 😄)
>>> Ben je klaar om de print op papier te trekken? ➡️ Houd de laatste laag juist nat. Die natte verf werkt als een soort lijmlaag die alles van je gelplate meeneemt naar het papier
Drie dingen die ik zó doen zou als beginner
1. Begin met blaadjes. Loop even de tuin in. Of pluk onderweg tijdens een wandeling een takje met mooi reliëf. Verse blaadjes werken fantastisch. Druk ze in natte verf, haal ze er direct weer uit en maak een print. Bijna altijd krijg je iets waarvan je denkt: Ohhhhhh… wacht even. Dit is leuk. En dat snelle succesmoment? Dat helpt enorm in het vinden van je draai.
2. Kijk in huis alsof alles een textuur-tool is. Een stukje kant. Een rubberen modelleerpenseel. Karton. Plastic verpakkingen. Een dop. Rare huishoudelijke dingen waarvan je partner vraagt: “eh… waarom ligt dit nu in de hobbykamer?”. Gelprinten wordt juist leuk als je gaat experimenteren met texturen. Het hoeft niet duur te zijn. De meest alledaagse dingen kunnen verrassend leuke resultaten geven.
3. Houd het simpel in het begin … En misschien is dit wel mijn grootste tip. Ga niet meteen voor ingewikkelde foto-transfers, perfecte composities of een meesterwerk. Begin gewoon. Eén kleur. Twee lagen. Een paar blaadjes. Misschien een stencil. Want vaak ontstaat de mooiste print precies op het moment dat jij dacht: Meh. Dit wordt vast niks. En dan trek je dat papier eraf… En ineens denk je: Oooooh. Dit wil ik nog een keer doen.
Bonustip: met de gell press maak je het meest saaie inpakpapier verrassend mooi en persoonlijk!
Mocht het jou leuk lijken: ik heb een heel korte impressie van de demodag bij Hobbyshop-online.nl op YouTube gezet, vol dopaminekleurtjes, verfvingers en humoristische gezelligheid.
Zou het jou leuk lijken wanneer ik in het najaar hier een keer een workshop over geef? (Zo ja – locatie Sittard of liever locatie Monster?) Laat het mij weten!
Afgelopen vrijdag mocht ik op het hoofdkantoor van #adidas aanschuiven voor een supertof event met edding (o.l.v. Age Yska ) en Joost Jetten en wat een leuke creatieve dag was dit!
We kregen een kijkje achter de schermen én mochten vooral ons eigen (ed) ding op Adidas-schoenen met de iconische Edding 3000 markers.
Wat veel mensen niet weten: die bekende markers zijn er in verrassend veel kleuren en lenen zich voor véél meer creatieve toepassingen dan alleen “ergens een naam op schrijven”. Ik liet zien hoe je er zelfs een soort slijtvaste aquareltechniek mee op schoenen kunt maken.
Dank aan adidas, edding en Joost Jetten voor de uitnodiging, inspiratie en fijne samenwerking. Dit smaakt absoluut naar meer… al ben ik nu wel een beetje bang dat ik een schoenentik ontwikkel.
Ik schreef het al in mijn nieuwsbrief … en ook nog even hier. Zaterdag 2 mei 2026 kan je weer bij mij, in mijn atelier in Monster workshops volgen! Heb je interesse? Stuur dan even een mailtje naar info@saralindenhols.nl.
Altijd als eerste op de hoogte zijn van alle nieuwtjes? Schrijf je dan hier in voor mijn nieuwsbrief!
Ik zag bij de inspiratie facebookgroep van @hobbyshop-online.nl deze vraag voorbij komen, en hij werd mij ook al vaak gesteld … Caran d’Ache Supracolor en Museum Aquarelle: wat is het verschil? Want beide zijn van het merk Caran d’Ache, beide hoog gepigmenteerd en beide water oplosbaar … wat is dan het verschil??
Dus ik dacht “Ik waag er een blog met uitleg aan!”
Supracolor: voor wie graag tekent, opbouwt, schakelt en speelt
Het Supracolor kleurpotlood voor mij echt een heerlijke allrounder. Zo’n potlood van hoge kwaliteit dat je niet in een hoekje hoeft te duwen. Niet: dit is alleen om mee te schetsen. Niet: dit is alleen voor aquarel. Maar juist een materiaal dat ruimte geeft.
Want dat is wat Supracolor zo fijn maakt: het heeft van zichzelf al een krachtige, volle kleurafgifte. Ook droog. Dus als jij iemand bent die graag eerst tekent, vormen zoekt, lagen opbouwt, kleuren langzaam verdiept en pas daarna beslist waar je water wilt inzetten, dan voelt Supracolor meteen logisch.
Zoals ik al zei: je kunt er droog mee opzetten, je kunt er laag over laag mee werken, je kunt stukken activeren met water, zachtheid of vloei toevoegen, en daarna weer gewoon droog verdergaan.
Supracolor: een hybride-potlood.
Supracolor is een potlood waarmee je alle kanten op kan. Daarom noem ik het ook wel een hybride potlood. De speciaal uitgekiende formule van oa. pigment en bindmiddel bewaakt duidelijk het karakter van een kleurpotlood, je voelt dat je tekent, je houdt grip op lijn, op opbouw, op detail maar tegelijk kun je het ook prachtig met water verwerken. Niet als kunstje, maar als volwaardig onderdeel van je workflow.
Daarom zijn de Supracolors ook fijn voor mensen die breed willen werken. Voor illustratie, voor schetsmatig werken, voor gelaagde tekeningen, mixed media. Voor werk waarin je niet van tevoren alles dichttimmert, maar al tekenend ontdekt wat het wil worden.
Dat is ook precies waarom ik in mijn tekencursus Villa Beestenboel met Supracolor werk. Niet omdat het het enige goede kleurpotlood is. Maar wel omdat het zo’n rijk materiaal is om mee te leren werken. Supracolor laat je voelen hoeveel er mogelijk is tussen tekenen en schilderen in.
In de tekencursus Villa Beestenboel laat ik je ook echt zien hoe je het droog én nat kunt gebruiken. Dus niet alleen: kijk, je kunt er water bij doen. Maar vooral: wanneer werkt droog mooi, wanneer voegt water iets toe, en hoe kun je daarna weer verder met droge lagen en details zonder dat je werk zijn levendigheid verliest.
Supracolor dwingt je niet tot één manier van werken. Je mag opbouwen, zoeken, combineren, terugpakken, verfijnen. Je mag tekenen en schilderen in één adem.
Museum Aquarelle: een potlood dat meer richting ‘echte’ aquarelle beweegt
Het is veel te kort door de bocht om te denken dat Supracolor van student-kwaliteit is en de Museum van artist-quality. Want dan zeg je eigenlijk dat de Museum Aquarel een simpele upgrade van de Supracolor is en dat is echt niet zo. Want beide zijn van hoge kwaliteit en beide hebben aangetoonde kleurechtheid. Maar de formule van elk is echt anders. En zo ook de werkwijze.
De Museum Aquarelle potloden dienen een ander verlangen. Een andere manier van werken. Een ander soort handschrift, bijna. Deze lijn is echt ontwikkeld voor aquarellisten, en dat merk je niet aan de hoogwaardig afgewerkte buitenkant, maar vooral aan het gedrag van het pigment en aan de manier van vloeiing wanneer je water toevoegt. Want juist daar zit het verschil. Niet zozeer in een paar droge technische kenmerken die op elkaar lijken, maar in wat er gebeurt zodra jij water toevoegt en de kleur in beweging brengt. Met de Museum Aquarelle is toveren met Aquarelle bijna kinderspel.
Museum Aquarelle is ontwikkeld om te voldoen aan de hoge eisen van aquarelschilderen en aquareltekenen op hoog niveau. De kwaliteit is extra fijn, de pigmentconcentratie hoog, het kleurvermogen intens. En dat merk je. Niet alleen in de kleurkracht zelf, maar vooral in hoe schilderachtig het zich laat verwerken. Er is minder potloodslag en veel meer traditioneel aquarelgevoel. De Museum Aquarelle lost meestal directer, vollediger en schilderachtiger op.
Dus wanneer je wilt dat je werk na activatie minder ‘potloodig’ oogt, minder lijnachtig en minder getekend… en veel meer de uitstraling krijgt van een echte aquarel, met die typische vloei en schilderachtige overgangen. Dan zit je bij de Museum Aquarelle goed.
En dat is denk ik de kern.
Samengevat:
Supracolor blijft trouw aan zijn hybride kleurpotlood-karakter. Museum is veel sneller bereid om dat los te laten. Het gedraagt zich eerder als aquarelverf die toevallig eerst in potloodvorm op papier is gezet.
Dat is ook waarom Museum voor veel aquarellisten zo aantrekkelijk is. Niet omdat ze per se méér kleur nodig hebben, maar omdat ze dat specifieke gedrag zoeken. Dat gevoel dat het materiaal niet alleen oplost, maar echt openbloeit als verf.
Dus welke is beter? Eigenlijk is dat de verkeerde vraag. De juiste vraag is: waar verlang jij naar tijdens het werken?
Supracolor is voor de maker die graag tekent, opbouwt, varieert en de vrijheid wil hebben om droog en nat met elkaar te verweven.
Museum Aquarelle is voor de maker die met potlood wil werken, maar het liefst zo dicht mogelijk tegen echte aquarel aan schuurt.
En daarom werk ik in Villa Beestenboel met Supracolor. Omdat het zo’n prachtig materiaal is om te ontdekken hoeveel er mogelijk is tussen lijn en vloei, tussen controle en loslaten, tussen tekenen en schilderen. Omdat je er techniek mee kunt leren, maar ook spel. Omdat je er grip mee houdt, zonder dat het stijf wordt. En misschien is dat uiteindelijk wel het mooiste verschil van allemaal: niet wat het potlood op papier doet, maar wat het in jouw handen mogelijk maakt.
Voor zowel de Supracolor als de Museum Aquarelle kan je terecht bij @Hobbyshop-online.nl. Wanneer je via de linkjes besteld krijg ik een klein percentage. Dus alvast bedankt. Wil je een creatieveling verrassen met een kado? Dan is dit setje van Supracolor uiterst leuk en ook deze set van Museum Aquarelle.
Tijdens het Creaweekend in Hardenberg hoorde ik hem regelmatig: “Maar ik heb al Polychromos… waarom zou ik dan nog Luminance nemen?”
Logische vraag. Want op het eerste gezicht lijken het allebei gewoon kleurpotloden van hoge kwaliteit. Maar zodra je ermee gaat werken, merk je al snel: dit zijn niet twee potloden die hetzelfde willen doen.
Polychromos is fantastisch als je houdt van controle, detail en het rustig opbouwen van lagen. Luminance heeft weer hele andere sterke kanten en precies daarin zit de kracht.
Wat Luminance zo bijzonder maakt, is de dekkracht, de zachtheid en het soepele blenden. De kleur komt rijk en vol van het potlood af, waardoor je sneller diepte en verzadiging krijgt. Zeker op papier met wat meer structuur merk je dat direct: Luminance pakt royaal, voelt romig aan en helpt je om mooie, zachte overgangen te maken zonder dat je hoeft te duwen of te worstelen. Voor veel tekenaars is dat echt een verademing.
Waar Polychromos je helpt bij het zorgvuldig opbouwen, helpt Luminance je juist om een werkstuk meer body, intensiteit en smeuïgheid te geven. Niet als vervanging van de kleurpotloden die je al hebt, maar als een potlood met een heel eigen, andere kwaliteit.
En dat is precies waarom zoveel mensen enthousiast worden zodra ze het eenmaal proberen. Want soms ontdek je pas al kleurend, wat een potlood echt doet, hoe het voelt op papier. En Luminance heeft daarin echt iets bijzonders: het geeft kleur, dekking en zachtheid op een manier waar veel mensen meteen blij van worden.
Ook in kleurkarakter vullen deze twee merken elkaar verrassend goed aan. De kleuren van Polychromos zijn vaak wat gedempter en natuurlijker van toon, wat ze heel geschikt maakt voor bijvoorbeeld dieren, landschappen en ander werk waarin je graag subtiele, aardse nuances gebruikt.
Luminance heeft daarnaast juist meer kleuren met extra helderheid, meer sprankeling en vaak net wat meer “hue” in de tinten, waardoor kleuren sneller fris, levendig en krachtig overkomen.
Juist daardoor kunnen ze samen zo sterk zijn: de een voor nuance en natuurlijke diepte, de ander voor zachtheid, dekkracht en stralende accenten. En het fijne is: van beide merken kun je de potloden ook gewoon los kopen. Dus welke set je ook al hebt, je kunt je collectie altijd rustig en gericht aanvullen met precies die kleuren of eigenschappen die je nog mist.
Dus nee, als jij jezelf afvraagt: maar ik heb toch al Polychromos? dan is de betere vraag misschien: wil ik mijn huidige potlodencollectie aanvullen met nog meer dekking, zachtheid en kleurkracht? En dan is de kans groot dat Luminance precies datgene is waar je naar op zoek bent.
Kortom: heel verantwoord heb ik ze gewoon allebei. Dat houd ik mezelf tenminste voor… 🥳
(Ik maak soms gebruik van affiliatie-linkjes, daar merk jij weinig van maar ik krijg dan een klein percentage wanneer je via die link shopt. Dat gezegd hebbende: ik beveel nooit producten aan waar ik niet achter sta.)
Vandaag een gastblog van Ilse van Broekhoven, het masterbrein achter @bujoboutique. Ik ontving een tijdje geleden haar like-journals zodat ik kon testen of ze een goed alternatief zijn voor wie liever niet in de Bijbel journalt, of wie als beginnende tekenaar nog baat kan hebben bij de typische dotjes… Al zijn de journals bij uitstek uiteraard geschikt om in te journalen 🤗
Hoe één notitieboek al je hobby’s verbindt …
Ilse vertelt: Mijn bullet journal verhaal begon niet met keurige spreads of pastelkleuren op Instagram. Het begon met een haakpatroon.
In 2018 was ik bezig een jurkje te haken voor mijn dochter. Er waren nauwelijks patronen voor meisjesjurkjes te vinden, dus besloot ik het zelf uit te schrijven. Mijn man stelde voor dat ik eens zou kijken naar “zo’n notitieboek met stipjes in plaats van lijntjes”. Ik had nog nooit van een bullet journal gehoord, maar eenmaal gevonden, ging er een wereld voor me open.
Eén notitieboek, eindeloze mogelijkheden
Wat me meteen trof aan een bullet journal: het past zich aan jou aan, niet andersom.
Ik gebruikte het eerst voor mijn haakpatronen. Daarna voor mijn weekplanning. Daarna voor recepten die ik wilde onthouden. En op een gegeven moment ook voor kleine schetsen en ideeën — want die stipjes nodigen daar gewoon toe uit. Ze helpen bij symmetrie, bij handlettering, bij het uitzetten van een tekening. Ze zitten net genoeg in de weg om je te helpen, en net genoeg uit de weg om je te laten doen wat jij wil.
Dat is precies wat Sara ook ontdekte toen ze een bullet journal zocht als alternatief voor haar Bible journal: de combinatie van structuur én vrijheid. Een plek waar tekst en beeld naast elkaar bestaan, zonder regels.
Je creatieve hobbies onder één dak
Of je nu haakt, tekent, schildert, schrift, of al het bovenstaande tegelijk probeert: een bullet journal is een plek waar al die werelden samenkomen.
Een paar manieren waarop mijn klanten hun journal inzetten:
Patroontekeningen en schetsen naast de todo-lijst van de dag
Kleurinspiratie — kleine kleurvlakjes om een palet te onthouden
Ideeënpagina’s voor projecten die nog niet af zijn
Reflectiepagina’s na een workshop of cursus: wat heb ik geleerd, wat wil ik oefenen
Materiaallijsten — welke pennen of garens wil ik nog proberen?
Welk journal past daarbij?
Voor creatief gebruik is de keuze van je journal belangrijker dan je misschien denkt. Het papier moet stevig genoeg zijn om met pennen, stiften of aquarel te werken — en de stipjes moeten zacht genoeg zijn om niet door je tekening heen te schijnen.
De Like Journals zijn precies daarom een favoriet bij onze klanten die creatief journalen. Stevig papier, subtiele dots, en die vrolijke covers die je elke ochtend blij maken als je ze openslaat.
Sara testte ze zelf voor haar cursus Journaling Joy — en we waren allebei blij met de samenwerking die daaruit ontstond. Niet omdat het moest, maar omdat we hetzelfde geloven: dat een journal geen prestatie is, maar een plek voor jou. Dit is precies de reden waarom ik Ilse vroeg een gastblog te schrijven!
Begin gewoon
Als je nog nooit een bullet journal hebt geprobeerd maar wel creatief bezig bent — dan is dit misschien het moment. Niet omdat je perfecte spreads wil maken. Maar omdat je een plek verdient waar al jouw hobbies welkom zijn.
Zelfs als dat begint met een haakpatroon voor een jurkje.
Ilse van Broekhoven is de oprichter van Bujo Boutique — de Nederlandse webshop voor bullet journal liefhebbers.Volg haar op Instagram ofFacebook.
(oftewel: waarom jouw tekening na alle moeite nog steeds op een platte pannenkoek lijkt en wat je dan doet)
Misschien herken je dit. Je begint vol hoop. Je hebt er zin in. Je hebt je spullen klaar. Je gaat “even lekker tekenen”. En dán… halverwege… komt dat moment dat je naar je papier kijkt en denkt: Oké. Waarom klopt dit niet? Ik heb toch alles gedaan wat ik moest doen? Ik heb zelfs netjes alle stappen gevolgd en mijn gum heeft geen ruzie gemaakt met mijn potlood (nou ja, een béétje)…
Goed nieuws: dit ligt niet aan jou. Dit is gewoon hoe het leren tekenen werkt. Je loopt tegen dezelfde beginnersproblemen aan als iedereen. Alleen… niemand zegt er even bij wat je dan praktisch moet doen.
Dus. In deze blog 10 dingen die ik als beginnende tekenaar zó graag eerder had willen weten. Niet zwaar. Niet streng. Wel mega handig. En met een typische Sara-knipoog.
1. Je tekening “klopt niet”, maar je weet niet waarom
Wat er gebeurt: Wanneer je te lang met je neus bovenop je tekening zit raakt je brein gewend aan de foutjes die je eerder maakte. En die zie je dan niet meer. Daarnaast teken je vooral wat je denkt dat je ziet.
Oplossing: afstand nemen (en je brein even laten schrikken).
Maak een foto en kijk via je scherm.
Draai je papier eens ondersteboven.
Als je durft: bekijk je tekening via de spiegel
Je ziet meteen waar het hapert. Echt. (Niet doorvertellen dat je spiegel de beste docent is… (Behalve ik dan 🤪) Wanneer je bijvoorbeeld een fiets tekent weet je dat de wielen in theorie rond zijn … maar afhankelijk vanuit welk perspectief je ze wil tekenen zie je ze veel vaker ovaal. Goed kijken is dus key!
Extra tip: Kijk goed en teken de vorm die je ziet, niet het hele object. Soms helpt het om met overtrekpapier eerst even de vormen over te nemen om daar goed naar te kijken. Tekenen is voor 99% leren kijken. Die 1% is het potlood vasthouden zonder je schouder te verkrampen.
2. Je tekening lijkt rommelig (terwijl je juist extra je best deed)
Wat er gebeurt: Je wil een zo compleet mogelijke illustratie en het graag zo realistisch als mogelijk. En dus voeg je heel veel details toe. En die teken je allemaal in met dezelfde fineliner. Dan schreeuwt alles om aandacht en lijkt het een rommeltje.
Oplossing: ga terug naar grote vormen en kies één focuspunt.
Vraag jezelf: wat moet het belangrijkste zijn in deze tekening? En laat de rest zachter, rustiger, simpeler.
Zet alleen de meest in het oog springende dingen in fineliner. Details alleen met kleur of schaduw aanbrengen.
Gebruik meerdere diktes fineliner: details met een 005, grote vormen met een 05.
Je tekening hoeft niet overal “hard” te schreeuwen. Dus kies wat moet opvallen en welke details weggelaten kunnen worden.
Extra tip: In een gezicht kan je bijvoorbeeld de hele neus en lippen in fineliner zetten. Maar door die niet te ‘tekenen’ maar met kleur of schaduw aan te zetten komt het vaak natuurlijker over.
3. Je twijfelt en denkt dat iedereen beter is dan jij
Wat er gebeurt: je vergelijkt jouw beginners-schetsmoment met iemands hoogglans eindresultaat. Dat is niet eerlijk. En behalve dat: niemand post zijn mislukkingen trots op social media. Vergeet daarnaast niet dat ook iedereen een heel eigen stijl heeft en dat wanneer je die met elkaar vergelijkt dat hetzelfde is als appels en peren vergelijken.
Oplossing: Vergelijk jezelf met jezelf.
Herinner jezelf: niemand post zijn berg “mwah”. Iedereen heeft mislukkingen. Iedereen. Ook ik. Zat. En vaak! Je moet door een hele stapel mwa om bij wow te komen. Dat heet oefening. Art practice.
Maak ook eens procesfoto’s van je eigen creaties. Soms helpt dat om te ontdekken in welke fase je het moeilijk krijgt … dan kan je een ander makkelijker om meedenken vragen.
Durf te breken met de fake social media cultuur en post behalve het shiny eindresultaat ook een keer de versies die je aan de kant gooide of de fotomomentjes van vlak voor je iets weggumde!
Kijk naar Picasso: die maakte meer dan duizend tekeningen. En we kennen er… een handvol. Dat zegt genoeg toch?
Extra tip: Bewaar en dateer je tekeningen. Dit helpt om je groei te zien. En voel je welkom in de Facebookgroep Drawing Diva’s daar zijn ook je mislukkingen welkom!
4. Goede materialen helpen (maar ze gaan het niet voor je doen)
Wat er gebeurt: Je voelt jezelf nog een beginner … en dus ga je geen schetsboek van 25,- kopen. Maar goedkoop papier kan enorm frustreren. Of je werkt met kleurpotloden van de aceetion en je snapt bij het kijken van de video’s in mijn Pretty Pencil People cursus maar niet waarom ik er zo lang over doe en hoe ik zoveel lagen kan aanbrengen. Want bij jou glijden je potloden al over je blad maar kleuren ze al lang niet meer.
De juiste materialen, en zeker de juiste DRAGER van je materialen (het juiste papier!) hebben absoluut invloed op je tekenproces. Het juiste materiaal voorkomt vaak een boel frustratie en verhoogt je plezier.
Oplossing: gun jezelf het beste binnen je budget.
Zie je materialen niet als te duur, maar als een investering in je plezier. Dit lijkt misschien een beetje cheesy en ik zeg het op beurzen vaak als grapje om mensen over te halen tot een aankoop, maar het is echt zo. Je wil niet iets kopen om je er vervolgens over te frustreren toch?
Goedkoop is duurkoop. Koop bijvoorbeeld liever een paar losse neocolors 2 en neem de tijd om ze te leren mengen tot nieuwe kleuren dan dat je een hele doos koopt van een goedkoper alternatief die niet goed blendt, streperig werkt of waarvan de kleur meer in het krijtje blijft zitten dan op je blad verschijnt.
Fijn papier en fijne materialen maken het proces plezieriger. Maar de magie zit in je hand en in je geduld. (En in het feit dat je gewoon doorgaat, ook als het even stom voelt.)
Extra tip: Ik heb in mijn webshop nog een paar exemplaren van het DIY-pakket Masterclass kleur in je vingers. Deze is inclusief instructie-video en het helpt je te oefenen qua kleuren mengen. In deze masterclass ga je aan de slag met maar 5 kleuren, en daarvan leer je alle kleuren uit het kleurenwiel te maken!
5. Je loopt vast met inkleuren halverwege
Wat er gebeurt: JA, je tekening is af en nu kan je aan de slag met kleur. Natuurlijk begin je enthousiast met je favo kleuren … en dan ontdek je halverwege dat je kleurplan eigenlijk nergens heen gaat… en loop je vast.
Oplossing: maak een mini-kleurenplan vóórdat je begint. Niet ingewikkeld. Gewoon: een mini mock-up schetsje waar je even “krast” om te kijken welke kleuren je waar mooi vindt.
Bepaal een palet: welke 3–5 hoofdkleuren wil je gebruiken? Volg je een complementair kleurpalet of liever monochroom? Een triadisch kleurpalet of toch liever meer?
Elementen die in de spotlight staan kan je een meer verzadigde kleur geven (bijvoorbeeld knal roze) en details in de schaduw of achtergrond kan je meer dempen (meer oud-roze). Zo blijf je binnen je vooraf bepaalde kleurpalet en matchen de kleuren onderling beter.
Dit scheelt je zóveel frustratie. Want halverwege wisselen van palet is alsof je in een trein zit naar Groningen en ineens besluit dat je eigenlijk naar Parijs wilde.
Extra tip: gebruik een kleurenwiel en leer er mee werken! (Dit komt bijvoorbeeld in de cursus Pretty Pencil People ook aan bod!)
Bonustip:
Zet een deksel op je koffiebeker (serieus – beste tip ever.)
Dit is de meest universele tekentip ooit. En ja: het overkomt ons allemaal. Je hebt verfwater. Je hebt koffie of thee. Je bent lekker in flow. Je reikt automatisch… en ineens heb je je penseel in je koffie gedipt. … Of je neemt een slok van je verfwater en ontdekt een geheel nieuwe smaak: Burnt Umber met een hint van spijt.
Oplossing: drinkbeker met deksel. Klinkt saai. Werkt geniaal.
En als je één ding meeneemt uit de tips hierboven, laat het dan dit zijn:
Je hoeft niet beter te worden in één tekening. Je wordt beter door tien tekeningen te maken die “mwah” zijn en daarna tóch door te gaan.
En nu… potlood pakken. En als je me zoekt: ik zit ergens met een deksel op m’n koffie. 😄✏️
Ik wist dus écht niet wat ik moest verwachten van Frankfurt. Ik wist dat het groot was. Dat het indrukwekkend zou zijn. Dat het kansen zou kunnen brengen. Maar hoe dat er concreet uit zou zien? Geen idee. Dus deed ik wat ik altijd doe als iets spannend is: ik bereidde me voor alsof ik een expeditie naar de Noordpool ging leiden.
Ik schreef een pitch. In het Nederlands én in het Engels. Gewoon, voor het geval dat. Ik maakte bijpassende visitekaartjes. Stopte een klein portfolio in mijn tas. Dacht na over outfits. Over wat ik wilde zeggen als iemand zou vragen wat ik doe. Ik maakte een lijst met stands en bedrijven die ik absoluut wilde bezoeken, in welke volgorde, op welke dag. Er lag eerlijk waar een soort draaiboek klaar.
To be honest: dat is een trauma-dingetje. Als ik overal over heb nagedacht, voelt het veiliger. Maar gelukkig ben ik ook weer zo’n type dat, als het anders loopt, voldoende voorbereid is om van het plan af te wijken. Ik heb dan genoeg overzicht om te kunnen beslissen wat ik wél doe. Controle met flexibiliteit. Dat is mijn manier.
Donderdagavond reden we alvast naar familie in België om de zes uur durende rit op te breken. Vrijdagochtend vertrokken we vroeg richting Frankfurt, met vrolijk gemoed en een tas vol plannen. Jurgen was dit weekend niet alleen mijn chauffeur, maar ook mijn PA. Hij hield in de gaten of ik genoeg at en dronk, of ik pauzes nam, hij keek zelf ook scherp rond of hij kansen of interessante mensen zag en regelde hotel, vervoer en restaurants. Personal Assistant dus. Met recht.
Zaterdag stond ik ergens te praten bij een stand, helemaal verdiept in een gesprek, toen Jurgen werd aangesproken door een andere standhouder die dacht dat hij handelaar was. Jurgen wijst naar mij en zegt droog: “I’m with her. She’s an artist. I’m her chauffeur.” Die man was compleet flabbergasted. “I want to meet her!” Tegen de tijd dat ik uitgepraat was bij de andere stand, was hij echter verdwenen. We hebben er flink om gelachen. Een kunstenares met eigen chauffeur, het klinkt ook wel lekker natuurlijk.
Bij aankomst werden we gelukkig meteen opgevangen door Jeroen en Sanne. En geloof me: als je voor het eerst die Messe binnenloopt, voelt het alsof je een kleine mier bent in een wereld van beton, glas en gigantische stands. Dankzij hun tips en eerste aanwijzingen zakte de eerste golf van overweldiging meteen. Die eerste middag had ik al een afspraak bij Hahnemühle (Thanks Jeroen en Sanne!) en via hen werd ik voorgesteld aan de directeur van een bekende kunstenaarswinkelketen in Nederland. Dat ging sneller dan mijn draaiboek had voorzien.
Vrijdag had ik vooral gereserveerd om overzicht te krijgen in hal 1: Creativeworld. Kijken. Scannen. Noteren. Zaterdag wilde ik workshops volgen en mijn must-sees afwerken. Zondag nog een workshop, aangevulde gesprekken en de influencer tour. Maandag een gesprek bij Caran d’Ache en wat er nog overbleef, mits mijn energie dat toeliet.
Maar natuurlijk liep het anders. Zaterdag werd ik al vroeg gebeld door Bart van Hahnemühle. Of ik even langs kon komen, hij wilde me voorstellen aan Barbara, iemand hogerop. Prima. Plan lichtjes verschoven.
Met Sanne volgde ik een workshop met materialen van Daniel Smith watercolor. De man (niet Daniel Smith zelf) kon prachtig schilderen, echt waar, maar overdragen is toch een vak apart. We mochten gelukkig alle materialen houden en omdat Jurgen bleef kijken, kreeg hij ook een goodiebag. Ik vond dat een terechte beloning voor zijn geduld.
Ik liep daarna direct langs bij Arrtx, in een hal ver weg verstop onder een andere naam… maar ik wilde echt weten of hun acrylmarkers iets zouden kunnen zijn voor een toekomstige cursus. Ondertussen kreeg ik van Jeroen en Sanne een appje of ik even bij Skrim wilde kijken, zij waren enthousiast. Nou, ik ook. Het was precies zo’n moment waarop ik blij was dat ik mijn pitch had voorbereid. Inmiddels heb ik een leuke UGC-deal met Arrtx en heeft Skrim me gemaild om te oriënteren op een mogelijke samenwerking. Soms moet je gewoon gaan. Gewoon praten.
‘S Avonds gingen we uit eten met Jeroen en Sanne. Het was heerlijk om hen eens uit te horen over hoe zij in business zijn gerold en hoe ze het nu ervaren. En geloof me, als je denkt dat ze hard werken, doe dat keer tien. Ondernemen is geen hobby. Het is bouwen, volhouden en blijven bewegen. Na het eten liepen we naar de trein. Spoorwerkzaamheden. Trein reed niet. Bus gemist. Omweg. Uiteindelijk waren we om 22:20 op onze hotelkamer. Onze stappenteller gaf 14 km aan. Waarvan minimaal 10 op de beurs zelf!
Zondag kozen we dus toch maar weer voor de auto en eerlijk is eerlijk, die pers-parkeerplek midden tussen de hallen voelde best luxe.
Ik volgde samen met Sanne een Gelli-plate workshop, ook weer zo leuk dat je alles mee naar huis mag nemen. Maar het spannendste moment kwam ’s middags: de influencer tour. Ik zag er enorm tegenop. Ik voelde me te klein. Te weinig volgers. Te weinig gewicht. Maar het bleek juist ontzettend interessant en leuk. Er zat een gave workshop aan gekoppeld waar ookJurgen gezellig aan mocht meedoen en na afloop was er champagne en waren er hapjes. Rond acht uur liepen we door bijna lege hallen richting de auto, compleet total loss maar vol adrenaline. Veel sliep ik daarna niet.
Maandagochtend had ik mijn gesprek bij Caran d’Ache. Ik werd bijgepraat over nieuwe producten die eraan komen en daarna volgden nog een paar gesprekken. En toen was het klaar. Mijn emmertje stroomde over. Ik kon niet nog meer indrukken verwerken, niet nog meer informatie opnemen. Na een snelle ronde door Christmasworld zijn we richting huis gereden. Soms is stoppen ook een vorm van wijsheid.
Wat me het meest is bijgebleven? Dat kansen je niet komen aanwaaien. Je moet ze zelf creëren. Ik had me verdiept in de bedrijven waar ik wilde pitchen. Ik had nagedacht over hoe ik mezelf in één minuut kon neerzetten. Op een gegeven moment vroeg een directeur me: “What do you actually do?” En zonder haperen kon ik het helder en compact uitleggen. Hij glimlachte en zei: “That’s a good elevator pitch.” Dat was misschien wel het mooiste compliment van het weekend.
Alles zien is een illusie. Sommige stands zijn zo groots dat ze geen moeite doen om contact te leggen. De afstanden zijn enorm en rustige plekken om even uit de drukte te stappen zijn schaars. Maar ik leerde dat voorbereiding geen controle is, het is vertrouwen. Vertrouwen dat je, wat er ook gebeurt, kunt schakelen.
Frankfurt was groot. Intens. Vermoeiend. Inspirerend.
In deze blog een eerste inkijkje in mijn (workshop) agenda en wilde plannen voor 2026!
Het begin van een nieuw jaar voelt voor mij altijd een beetje als het openslaan van een gloednieuw schetsboek. Je kent ze wel: die stapel oude schetsboeken in je kast. Geen één helemaal vol. Sommige halverwege verlaten, andere met ezelsoren, vlekken, twijfelachtige keuzes en tekeningen waarvan je nu denkt: wat deed ik hier ook alweer?
En toch… toch wil je aan iets nieuws beginnen. Alsof je het oude achter je wilt laten. Alsof dit nieuwe schetsboek het anders gaat doen. Er zit iets paradoxaals in: die lichte spanning van het witte blad. De gedachte dat je dit boek niet wilt verprutsen. Dat het mooi moet zijn, dat alle kansen nog openliggen. Maar diep vanbinnen weten we het natuurlijk allang: het is een illusie.
Een schetsboek is om in te verprutsen. Zonder fouten geen groei. Zonder mislukte schetsen geen leercurve. Zonder kladderen geen eigen handschrift.
En zo wil ik dit jaar ook doorleven. Heel bewust laat ik het oude schetsboek, 2025, achter me. Het was geen makkelijk jaar. Geen licht jaar. Geen jaar dat “af, netjes of gelukt” voelt. Maar ik kijk met zachte ogen naar mezelf want ondanks alles heb ik bijna al mijn doelen voor 2025 wel gehaald (alleen de verkoop van een schilderij niet). En dus kijk ik met hoop naar wat voor me ligt. Ik gun mezelf groeipijn. En ruimte.
… En een nieuw schetsboek dat nog alles mag worden. En waar erin mislukt mag worden.
A Year of Bible Journaling
Heel onverwacht werd eind december gevraagd wie dit jaar de challenge #AYearofBibleJournaling wilde hosten. En vrij impulsief, maar ook niet helemaal toevallig, heb ik dit op me genomen. En ook al lijkt het niet veel … het is echt – heel – veel – werk, maar ik doe het ook voor mezelf.
Het idee: twaalf maanden, twaalf bijbelse personen. Elke maand neemt één figuur je mee langs verschillende bijbelteksten, met een beetje uitleg en met creatieve ideeën, prompts en kleine opdrachten. Echt gericht op Bible Journaling. Niet zozeer op “mooi tekenen”, maar op het proces van lezen, nadenken, verbeelden en vertragen.
Voor mij is het ook een plek waar mijn verhalen over bijbelse personen mogen landen. Net als bij Journaling Joy, maar dan minder teken technisch en meer beschouwend. Zie het als een creatief leesrooster 2.0, waar je op elk niveau bij kunt aanhaken.
Er hebben zich in deze eerste 3 dagen al ruim honderd mensen ingeschreven. En de eerste 3 maanden zijn af en staan online. En laat ik eerlijk zijn: ik ben zelf niet zo’n held in challenges. Halverwege haak ik altijd af. Maar deze keer host ik hem zelf. En nee, ik ga niet alles perfect mee doen – die ruimte gun ik mezelf. Ik gebruik voorbeelden van de afgelopen tien jaar; van beginnerswerk tot meer uitgewerkte pagina’s. Juist om te laten zien: alles mag.
Je mag meelezen. Je mag af en toe iets maken. Je mag ook alleen kijken. Of alles meedoen.
En misschien is het voor mij wel precies die stok achter de deur om weer vaker te doen waar mijn creatieve reis ooit begon: Bible Journaling. Gewoon voor mezelf. Omdat ik dat zo heerlijk vind.
Ik ben dit jaar met een andere aanpak begonnen aan mijn jaarplanning. Na een mentaal zwaar 2025 heb ik als eerste… ruimte ingepland. Met fluorescerende gele vlakken heb ik alvast vakanties, weekendjes weg en rustmomenten gemarkeerd. En ja, we hopen de reis naar Griekenland die afgelopen jaar nogal in het water viel door omstandigheden (deels) opnieuw te maken. Dit keer hopelijk met een lichter gemoed. Met iets meer lucht. (Sponsors mogen zich aanmelden haha)
Daarna ben ik pas plannen gaan toevoegen. En die beginnen zich nu voorzichtig te vormen. Al is het mij nu al pijnlijk duidelijk dat ik meer wil dan waar er tijd voor is. Haha.
En ik heb volgende week ook gelijk een werk-vakantie gepland. Ik wil me verdiepen in wat dingen rondom het runnen van een eigen bedrijf en ga dat doen vanaf een vakantie-adresje (met sauna).
Workshops & agenda
Mijn atelier is in de eerste dagen van januari helemaal onder handen genomen. Fris, licht, warm en gezellig. Een nieuwe zithoek, een extra werktafel, vrolijke accenten, en binnenkort nog wat grote planten voor extra groen.
Waar ik eerst plek had voor 7 à 8 mensen, kan ik nu uitbreiden naar ongeveer 10 deelnemers. Een fijne ruimte, zachte tinten, goede daglichtlampen en vooral: een plek waar ik graag ben.
Je bent uiteraard altijd welkom om met een paar creatievelingen een workshop bij mij te boeken … maar dit staat er nu op de planning:
Mooie Mensenmassa – workshopserie: Drie zaterdagochtenden, waarin we samen werken aan één groter werk. Een mensenmassa tekenen: cartoonig, strak of los, jij bepaalt.
📅 10 januari
📅 31 januari
📅 14 februari
🕙 telkens van 10.00–12.00 uur
89,- Alle materialen zijn inbegrepen. Meedoen kan nog. Mail mij! Info@saralindenhols.nl
Birds on a Wire – workshop 17 januari
📅 17 januari (ochtend) volgeboekt
Ik wil graag peilen of er interesse is voor een extra middagworkshop van 14.00–16.00 uur. Bij voldoende animo plan ik die erbij. Mail mij zsm wanneer je interesse hebt voor deze workshop. Of wanneer je met een eigen vriendinnengroep (vanaf 5 personen) deze workshop wil komen volgen!
Daarnaast speel ik met ideeën voor:
Dikke Dames-workshop (beeldjes beschilderen, aankleden, beplakken, geen tekenen),
workshops op een doordeweekse ochtend of avond (woensdag of donderdag).
Biblejournaling workshops
Laat me vooral weten waar jij behoefte aan hebt. Weekenden lopen snel vol, dus ik hoor graag wat voor jou werkt. Mail naar info@saralindenhols.nl.
Verder op de agenda
📅 6 februari: Creativeworld-beurs in Frankfurt
📅 6 maart: weer aanwezig op CreaWeekend
📅 1-3 mei: Allerlei workshops in mijn atelier. Zie het als een alternatief voor het drukke Kreadoe. Ik moet dit nog uitwerken dus hoor graag jouw wensen!
En ergens tussendoor wil ik dit jaar ook nog twee nieuwe cursussen ontwikkelen:
A year of …
Dit jaar laat ik de puntjes bewust open. Omdat het mag ontstaan. Omdat niet alles nu al vast hoeft te liggen.