Werkloosheid in de bijbel

loesje werkloosIn de klas hebben we het nu over de parabel van de werkers in de wijngaard. Voor verstokte christenen een overbekend verhaal.

Jezus vertelt dit verhaal naar aanleiding van de vraag hoe je in de hemel komt. Hij begint met het standaard Joodse riedeltje dat je God moet liefhebben enz enz. Maar wanneer de rijke jongeman aangeeft dat hij al die Joodse regeltjes al zowat zijn hele leven volgt geeft Jezus hem het advies om al zijn bezittingen te verkopen en hem te volgen.

Al je bezittingen … zou jij je huis, je auto, je tv, je bed, je voorraadkast, ALLES verkopen om Hem te volgen? De jongeman kan het in ieder geval niet. Beteuterd druipt hij af. De discipelen zijn hevig ontsteld en vragen zich hardop af of er nog wel iemand is die dan wel gered kan worden…  Maar Jezus maakt het ze glashelder: bij God is alles mogelijk, mits je Hem maar volgt.

 

Zou jij in staat zijn, nu, vandaag, om heel je hebben en houden te verpatsen? Hoe vast zit je aan je spullen? Eigenlijk is het geen eerlijke vraag. Tussen de cultuur van toen en nu heerst een mega-grote kloof. Destijds was het vrij ‘normaal’ om – wanneer een rabbi je ‘wilde’- alles achter te laten om bij hem in de leer te gaan. Het was bijzonder, iets wat maar weinig mensen was weggelegd omdat je bij de slimste slimmeriken moest horen die de heilige boeken door en door moest kennen … pas dan had je ooit, misschien een kans dat een rabbi je goed genoeg vond dat je hem mocht volgen. Wanneer je een rabbi volgde, deed je dat soms jarenlang en gedroeg je je zoals hem, je deed wat hij deed, negeerde wat hij negeerde, leerde wat hij leerde. Copy cat. Leren en groeien door te volgen. Anyway, als je die kans kreeg, deed je dat. Dat deze jongen dit bewust niet wil zegt dus iets over zijn leerbaarheid, over de waarde die hij hecht aan het ‘gemakkelijke’ leventje. De ‘eer’ was ondergeschikt aan zijn rijkdom. Hij was niet bereid om alles los te laten en te leren leven als Jezus.

 

Het volgen van een rabbi was dus sowieso voor bar weinig mensen weggelegd. Hoe kan Jezus dan stellen dat dit een voorwaarde is om in het koninkrijk te komen? Logisch dat de discipelen zowat half in paniek raken… Bij God is alles mogelijk, mits je Hem maar volgt. Hoe dat dan precies werkt legt Jezus uit aan de hand van het verhaal van de werkers in de wijngaard.

Samengevat: er is een wijnboer wiens druiven dringend geoogst moeten worden. Zoals gebruikelijk gaat hij naar het arbeidsbureau van die tijd – de markt- om net als andere werkgevers arbeiders in te huren. In die tijd had je vooral dagloners. Mensen die brood op de plank wilden gingen ’s ochtends vroeg naar de markt en hoopten erop dat iemand een baantje voor ze had. Aan het eind van de dag ontvingen ze dan het afgesproken loon om de volgende ochtend hetzelfde ritueel weer te ondergaan. Er was geen sociale zekerheid, geen financieel vangnet, het was een gure en onzekere tijd voor veel werkzoekenden. Enfin, de wijnboer huurt die ochtend een stel kerels in, het aantal wat hij denkt nodig te hebben en spreek een behoorlijk loon met ze af. Echter, na een paar uur ziet hij dat hij toch werknemers tekort heeft en hij haast zich weer naar de markt in de hoop dat er nog mensen zijn… En ja er staan er nog genoeg. Allemaal lui die niet zijn uitgekozen door andere werkgevers en al bijna de hoop op een avondmaaltijd hadden opgegeven.  Weer een paar uur later heeft de wijnboer door dat hij er nog steeds te weinig heeft… en weer gaat hij naar de markt. Het is echt het ‘afval’ wat achterblijft natuurlijk, want de sterke, bekwame arbeiders zijn er door anderen al uitgeplukt. Zo gaat dit een aantal keer. Iedere keer weer kiest de wijnboer weer nieuwe mensen… En met allemaal spreekt hij telkens hetzelfde dagloon af.

Aan het eind van de dag, wanneer hij iedereen uitbetaalt zijn de eerste arbeiders pissed. Ze krijgen ‘maar’ evenveel als die zwakke, zieke en misselijke ouwelui die halverwege of zelfs aan het eind van de dag pas werden ingezet. EVENVEEL! Belachelijk vinden ze het. Maar de wijnboer houdt voet bij stuk: “Ik had dit bedrag met je afgesproken – dit is wat je krijgt – ik doe met MIJN geld wat IK wil.”

 

De meeste leerlingen zijn het met de eerste arbeiders eens. Wie meer werkt moet ook meer krijgen. Maar wanneer ik ze wijs op hun oude opa’s en oma’s, de zieken of gehandicapten, op langdurig werklozen … niemand wil dat wie dan ook sterft van de honger. Voor sommige mensen is een uitkering noodzakelijk om te kunnen leven. .. Natuurlijk kan er stevig misbruik van gemaakt worden, maar in het verhaal las je alleen maar over mensen die wel wilden werken maar de kans niet kregen. Voor hen leek het – naarmate de dag vorderde- steeds onmogelijker om geld in het laatje te krijgen. Misschien konden ze fysiek niet eens de hele dag werken en heeft de wijnboer dat gezien en ze daarom pas later aangenomen… Dan is hij eigenlijk wel heel vrijgevig … Als alle werkgevers zich als deze wijnboer zouden gedragen, dan zouden er in ieder geval veel minder werklozen zijn.

 

Wat Jezus met dit verhaal wil zeggen: bij God is alles mogelijk. Daar waar mensen niet meer kunnen, begint God. Wanneer je hem wel wil volgen, dan tilt God je over je kunnen, over je mogelijkheden, heen. Waar jij onbekwaam bent, geeft God je alsnog kansen. Hij laat je uitblinken op je eigen unieke wijze.  Wanneer jij iets slechts deels kan, vraag God je niet om het geheel. … Als je maar wil volgen.

 

De vraag is dus … wil je wel?

 

 

Oude wijngaard van jaloezie?

Onderstaande heb ik vanmorgen even uit de oude doos gehaald. Trof me wel weer.

Heb net het stukje van de werkers in de wijngaard weer eens gelezen. (Mat 20:1-16) Overbekend stukje wat ik van kindsbeen af al verteld kreeg. Maar deze keer las ik het anders.

Het lijken wel moderne praktijken. Geen Nederlandse, maar Amerikaanse dan. Steeds vaker komt het daar voor dat werkloze lui ’s ochtends bij een bedrijf aankloppen of ze nog werk voor hun hebben. Met een beetje mazzel hebben ze dan voor 1 dag werk.

In het verhaal dito. Werkloze mannen kloppen aan bij de wijnboer. ‘Mogen wij vruchten plukken?’ Een deel wordt toegelaten, een ander deel niet. Blijkbaar is de oogst nog niet groot genoeg, of schat de werkgever de overige lui niet capabel genoeg in… Tenminste, ik ga ervan uit dat de andere lui er al stonden. Kan ook zijn van niet. Het staat er niet. Misschien hebben die anderen het wel eerst bij allerlei andere wijnboeren geprobeerd? Of waren ze te depressief om hun bed uit te komen? Of hebben ze de hele dag in de brandende hitte staan wachten in de hoop op een kans? Een kans om voor een kleine beloning toch nog even vruchten te mogen plukken?

Ik denk niet dat het in dit verhaal gaat om het feit of het eerlijk is dat het loon voor iedereen even groot is. Het gaat er niet om dat je 1 schelling krijgt als je een dag werkt en ook 1 schelling als je een uur werkt.

Gaat het in dit verhaal niet om jaloezie?  Iedereen wil vruchten plukken in zijn leven. Weten dat je leven nut heeft gehad. We staan allemaal te wachten bij de Wijnboer. De een kan of mag eerder naar binnen dan de ander. En heeft dus meer te werken (dienen). Wie later binnengehaald wordt werkt even hard. Vinden we het eerlijk dat zij evenveel beloning krijgen?

Oude rotten in de kerk en nieuw grut. Hoe vaak onderschatten we jong gelovigen? Of gewoon ‘jongeren’.  Hoe vaak vinden we dat ze eea nog niet kunnen en vragen we hun niet om mee vruchten te plukken?  De Wijnboer heeft ze wel gevraagd. Hij heeft hen wel binnengehaald. Hij heeft hun evenveel beloofd als de werkers die al jaren trouw naar de kerk komen. Het werk wat de laatsten doen is hetzelfde…

Het gaat er niet om of je jong gelovig bent of al jaren christen. Het gaat er niet om of je veel dient of weinig. Het gaat erom dat je vruchten plukt voor de juiste wijnboer.

Pluk jij vruchten bij de juiste wijnboer? Of sta je nog bij de poort te wachten?

Omhoog ↑