Let me BE

Scroll down for English translation.

De veertigdagen tijd is aangebroken. Van oudsher is dit de periode van vasten voorafgaand aan Pasen.  De datum waarop we Pasen vieren werd pas in 325 na Christus, tijdens het concilie van Nicea, vastgesteld. Ik bespaar je de achterliggende redenen. Maar het was pas rond het jaar 600 dat Paus Gregorius de Grote besloot dat 46 dagen voor Pasen de vastentijd begon. Met aftrek van de zondagen had je dan precies 40 dagen van vasten. Het is dus geen ‘bijbels’ opgelegde periode.

Toch bemerk ik via de mij bekende sociale media kanalen dat best veel christenen deze periode alsnog aangrijpen om toe te leven naar Pasen. Velen volgen een leesrooster, anderen willen meer terug naar dat échte vasten, al eten ze zelden veel minder want steeds populairder wordt het ‘sociale media vasten’. 

Het idee van dat vasten grijpt terug op het verhaal van Jezus in de woestijn. Waar hij 40 dagen lang in totale eenzaamheid rondzwierf en al vastend een strijd voerde met de duivel. Een paar dingen typeren deze periode;  totale afzondering van anderen, geen voedsel, richten op de Waarheid en God, vechten tegen verleiding.

Mag ik eerlijk toegeven dat ik het ‘sociale media’ vasten en het aanhouden van een leesrooster maar slappe aftreksels vind? Sorry als deze uitspraak schuurt.  Ik bedoel uiteraard niet dat het fout is om sociale media een poos aan de kant te zetten, of dat het geen zin heeft om een periode lang bewust stil te staan bij bepaalde Bijbelteksten…  Het zegt mogelijk meer iets over mezelf.  Ikzelf ervaar zo een periode als opgelegd en soort van een onuitgesproken verplichting.

In onze kerk lagen bij de deur boekjes klaar voor wie wat met deze periode wil. Uiteraard geheel vrijblijvend … maar ik voel dan een sociale druk, het voedt mijn idee dat ik iets ‘moet’.  Nogmaals, dat gevoel ligt mogelijk geheel aan mij. Het is echter ook die ‘druk’ die maakte dat ik toch in de bijbeljournalinggroep op Facebook een leesrooster lanceerde. Uiteraard ernstig ingekort en geheel vrijblijvend. Ik wilde er geen ophef over maken, maar toch zit ik er nu een stuk over te schrijven.

Als christen MOET je helemaal NIETS met deze periode. Je bent niet minder christen als je deze periode gewoon lekker actief blijft op social media (want let’s be honest, door de lockdown zijn sommigen al genoeg verstoken van gezelschap).  Je bent niet minder christen als je NIET vast. Als je GEEN leesrooster aanhoudt. 

Je ‘moet’ niets.  Je bent vrij.  Gewoon ‘zijn’ is al voldoende.  Laat dat even bezinken.  ZIJN. 

Jezus vraagt je niet net als Hem te worden, Hij vraagt je in Hem te verblijven en Hem te volgen. Voordat je in Jezus’ voetsporen treedt mag je eerst leren om bij Hem te ‘zijn’.

Psalm 46:11 (NBV) zegt:  ‘Staak de strijd en weet dat ik God ben.’ 

Wanneer je gaat kijken naar de Hebreeuwse woordkeuze van de originele tekst zou je ook kunnen lezen ‘verstil’.  Het Engels heeft het over ‘Wees stil’ . Het is geen passieve vorm van stil worden. Het betekent niet dat je helemaal niets meer doet. Nee, het gaat om een actieve vorm van het aan God overlaten; van het in Zijn nabijheid vertoeven; dat wat je doet is niet omdat het moet, maar omdat het voortvloeit vanuit het in Zijn nabijheid vertoeven. Gewoon ZIJN en weten dat Hij God is. Lees ook Psalm 37:7.

Als we iets doen deze vastentijd laat het dan dit zijn; dat we voor en boven alles eerst leren ‘zijn’ in Zijn nabijheid. En dat alles wat we doen daar vervolgens uit voortvloeit.

De onderstaande plaatjes zijn stickers die ik ontworpen heb. Verkrijgbaar via Lucinde. Meer praatsels en maaksels: Volg me op Instagram of Facebook.

Sticker (mijn ontwerp) verkrijgbaar via lucilight.nl

Lent has begun. Traditionally, this is the period of fasting prior to Easter. The date on which we celebrate Easter was not fixed until 325 AD, at the Council of Nicaea. I’ll spare you the reasons behind it. But it wasn’t until around AD 600 that Pope Gregory the Great decided that Lent would begin 46 days before Easter. Without the Sundays, you then had exactly 40 days of fasting. So it is not really a “biblically” imposed period.

Yet I notice through my social media channels that quite a lot of Christians still use this period to contemplate towards Easter. Many follow a reading schedule, others want to get back to that real fasting, although they rarely eat much less because “social media fasting” is becoming more and more popular.

The idea of ​​that fasting harks back to the story of Jesus in the desert. Where he wandered in total solitude for 40 days, fasting and battle with the devil. A few things characterize this period; total isolation from others, no food, focus on Truth and God, fight temptation.

Can I be brutally honest for a sec and admit that I find it lame to social media-fast and feeling obligated to keep a reading schedule? Sorry if this statement hurts and itches. Of course I don’t mean that it is wrong to put social media aside for a while, or that it makes no sense to dwell on certain Bible texts for a period of time … The way I feel about it says more about myself. I myself experience such a period as imposed and sort of as an unspoken obligation.

In our church there are booklets at the front door for those who want to follow a decent readingplan this period. Of course completely without obligation… but when I saw them  I kinda felt a social pressure, it feeds my idea that something “must” be done. Again, that feeling may be entirely my own. However, it’s also this “pressure” that made me launch a reading schedule in the Dutch bible journaling group on Facebook. Obviously severely shortened and completely without obligation. I didn’t want to make a fuss about it, but I’m still writing a piece about it now. So the pressure is real.

As a Christian you ARE NOT OBLIGATED to do ANYTHING with Lent. You are no less a Christian if you just stay active on social media during this period (because let’s be honest, during the lockdown, some are already devoid of company enough). You are not less a Christian if you DON’T fast.  Or When you do NOT keep a reading schedule.

You “must” do nothing. You are free. Just “being” is enough. Let that sink in for a moment. TO BE.

Before you follow in Jesus’ footsteps, you may first learn to “be with him”.

Psalm 46:11 (NIV) says, “BE still and know that I am God.”

Being still is not a passive form of becoming silent. It doesn’t mean you don’t do anything at all anymore. No, it is an active form of leaving it to God; of just ‘being’ and staying in His presence, and what you do is not because you have to, but because it flows from staying and being in His presence, in HIM. Also read Psalm 37: 7

If we do something this Lent. Then let it be that; that we learn to “be” in His presence before everything else. And that everything we do flows from it. Just BE .  

Want to see and hear more? Follow me on Facebook or Instagram!

Stickers and printables available via lucilight.nl

Wie of wat is jouw boom? Who or what is your tree?

(English translation: scroll down!)

Vermoeid slofte hij door het palmbos. De zon stond hoog aan de hemel en brandde vervaarlijk, maar hier in de schaduw van de dikke laag vlezige bladeren was het relatief koel. Op een broeierige manier dan, maar in ieder geval niet zo heet als op het open pad richting de stad. Het opwaaiende stof van de weg kleefde aan zijn nieuwe rode sandalen en kroop in elk huidplooitje van zijn tenen. Dat zijn voeten nog geen twee uur geleden zorgvuldig waren gewassen en geolied door de huisslaaf van Marcellus was niet meer te zien.

Hij zuchtte. Het was een vermoeiende vergadering geweest. Zoals gewoonlijk waren dezelfde grapjes over zijn gestalte weer over tafel gevlogen en had hij net als altijd schaapachtig mee gelachen, alsof het hem niet deerde. Maar dat deed het wel. Maar geen haar op zijn hoofd wat er aan dacht om ook maar iets van zijn pijn of frustratie te laten merken.  Ze konden lachen wat ze wilden, maar hij was het die hen orders gaf, niet andersom.

De zachte bries die het bladerdek boven hem deed ruisten tilde de zware geur van de balsem bossen verderop met zich mee. Normaal gesproken kon hij wel genieten van dat luxe parfum wat de rijkdom van zijn stad benadrukte. Maar vandaag deed al die rijkdom hem niets.  Zelfs de rozentuinen waar hij, op weg naar huis, doorheen liep, konden zijn ogen niet strelen.

Hij was moe.. Hij was hét moe. Hij was het spuugzat dat niemand ook maar enig respect voor hem kon opbrengen. Het interesseerde niemand hoe hij zich voelde, wat al dat gepest en al die achterklap met hem deed.

Het was altijd al zo geweest.  In zijn kinderjaren was al snel duidelijk geworden dat hij niet goed groeide. Naar traditie had het hele dorp gedacht dat zijn gebrek kwam omdat God een appeltje met hem te schillen had en langzaam aan, naarmate de jaren vorderde werd hij steeds meer gemeden, werd er steeds meer achter zijn rug om gekletst. Het had niet lang geduurd voor hij door had gehad dat hij er in het leven helemaal alleen voor stond. En dus had hij geleerd dat hij vóór alles vooral aan zichzelf moest denken. Als hij niet voor zichzelf opkwam, wie dan wel?  Dus had hij zich opgewerkt, niet door zich af te beulen in de balsemgaard, niet door zware handarbeid in 1 van de vele tuinen,..  hij had zijn kansen schoon gezien toen de Romeinen hem ronselden. En hij had de mensen in zijn stad teruggepakt voor al die pesterijen. Ze hadden in zijn lengte een zonde gezien, een zondaar zou hij ze geven. En nu was hij rijk en had het helemaal gemaakt. Nouja, financieel gezien dan. Want niemand wilde vriendjes zijn met een tollenaar. En al helemaal niet met de baas van al die lijkenpikkers.  De roddel en achterklap was nooit opgehouden en dus ging ook hij door met zijn sluwe handel en afpersing. Het ene kwaad hield het andere in stand.

Hij was in ieder geval rijk, maar had niemand om zijn rijkdom mee te delen. Te midden van de menigte van deze oeroude stad was hij alleen. Eenzaam tot op het bot, en dat allemaal omdat hij zo gebrekkig klein was gebleven…

“Kom op, sneller, straks is Jezus alweer weg! ” Twee straatschoffies stoven hem voorbij richting de poort van de stad, vrolijk gillend naar elkaar. Jezus? Kwam Jezus naar Jericho?  Zacheüs versnelde zijn pas, hij had al zoveel gehoord over deze wonderlijke man. Het werd steeds drukker op de weg. Snel sloeg hij een achterafpaadje in, in de hoop om via wat steegjes de menigte te kunnen vermijden.  Zijn korte benen droegen hem zo snel hij kon.  Als hij nou maar een glimp van Jezus zou kunnen opvangen.  En net op het moment dat hij bedacht dat zijn ellendige korte gestalte hem zelfs het zicht op deze rabbi zou ontnemen zag hij de grote Esdoorn aan de kant van de weg.

Even twijfelde hij, het was ver beneden alle waardigheid voor een man van zijn positie … hij besloot dat het hem niet kon schelen… Met zijn gebrek en met al die mensen die hem toch al niets gunden zou hij Jezus nooit te zien krijgen wanneer hij niet als een kind die boom inkroop.  Mensen dachten toch al te min over hem dus dit kon er nog wel bij. Hij had de boom nodig om op Jezus te kunnen zien. En dus hees hij zich tak voor tak omhoog en verstopte zich in het bladerdak.

En Jezus zag hem. Niet gewoon een vluchtig kijken. Jezus zag hem echt. En Hij noemde hem bij naam alsof Hij hem echt kende. Jezus kende hem. En meer nog; Jezus las hem niet te les, gaf hem niet op zijn sodemieter,  veroordeelde hem niet zoals de rest van de stad … Jezus wilde bij hem komen eten. Niet zomaar even een praatje maken, maar echt even samen zijn. Zacheüs wist niet hoe hij het had.  Zo snel zijn benen konden klom hij uit die boom.  …

Met de komst van rabbi Jezus werd de vicieuze cirkel van uitsluiting en uitbuiting doorbroken. Het enige wat Zacheüs altijd al wilde werd hem gegeven; hij werd gezien. Niet zijn buitenkant. Jezus zag wie hij diep van binnen was en wat hij werkelijk nodig had; een klein vrijgevig jongetje wat erbij wilde horen. Hij was niet langer alleen. Jezus was bij hem. Hij kon eindelijk zijn wie hij werkelijk was. Het verleden deed er niet meer toe. Geld, welvaart en status werden onbelangrijk. En dat allemaal doordat hij het lef had gehad om, ver beneden alle waardigheid, toch in die boom te klimmen, zoekend naar een kans om op Jezus te kijken.

Wie of wat is jouw boom die je helpt om op Jezus te kijken?

(Lukas 19:1-10)

(Meer bijbeljournaling of andere creativiteit van mijn hand: volg me op instagram, facebook of youtube. )

Tired as he was, he shuffled through the forest. The sun, high in the sky was burning dangerously, but here in the shade of the thick layer of palm leaves it was relatively cool. In a sweltering way, but at least not as hot as on the open path towards the city. Blown up dust from the road clung to his new red sandals and got into every fold of skin on his toes. Less than two hours ago his feet had been carefully washed and oiled by the house slave of Marcellus, well it didn’t show anymore.

He sighed. It had been a tiring meeting. As usual, the same jokes about his stature had flown across the table and he had, as always, laughed sheepishly, as if it didn’t hurt him. But it did. But not for a brief moment he thought about showing any of his pain or frustration. They could laugh at whatever they wanted, but it was he who bossed them around, not the other way around.

The gentle breeze that rustled the foliage above him lifted the heavy scent of the balsam groves. Normally he could enjoy the luxurious perfume that emphasized the wealth of his city. But today all that wealth didn’t bother him. Even the exquisite rose garden on his way home couldn’t caress his eyes.

He was tired. It tired him to the bone that no one could show him any respect. Nobody cared how he felt, what all the bullies and all that backbiting did to him. It had always been like this. As soon as the villagers noticed that he didn’t grow as he should’ve as a child they had mocked him. Traditionally, the whole village had thought that his lack of posture was because God was punishing him because of a sin, and slowly, as the years went by, they avoided him more and more, talking behind his back.  It hadn’t taken him long to realize that he was all alone. And so he had learned to take care for himself. If he didn’t stand up for himself, then who would? So he had worked his way up, not by tormenting himself in the groves, not by hard manual labor in the many gardens … he had seen his chances when the Romans recruited him. And he started to punish the people in his town for all the years of harassment. They had seen a sin in his height, a sinner he would give them. And now he was rich and wealthy. Well, financially. Because nobody wanted to be friends with tax collectors. And certainly not with the boss of those corpse picks. The gossip and backbiting never stopped, so he continued his cunning trade and extortion. One evil perpetuated the other.

He was rich, but had no one to share his wealth with. He was alone in the crowd of this ancient city. Lonely to the bone, all because he was so imperfectly small …

“Come on, faster, or Jesus will be gone again! Two street bastards rushed past him towards the gate of the city, happily screaming at each other. Jesus? Did Jesus come to Jericho? Zacchaeus quickened his pace, he had already heard so much about this wonderful man. The roads got busier. He quickly turned into a back alley, hoping to avoid the crowd through some alleys. His short legs carried him as fast as he could. If only he could catch a glimpse of Jesus. And just as he thought that his wretched short stature would block even the view of this rabbi, he saw the huge sycamore tree on the side of the road.

For a moment he hesitated, it was far below the dignity for a man of his position … but in the moment he decided he didn’t care any longer  … The town couldn’t care any less and he would never see Jesus when he wouldn’t crawl in that tree like a child. People thought too little about him anyway so this could be added to their list. He needed that tree to be able to look upon Jesus. And so he pulled himself up branch by branch and hid in the canopy of leaves.

And Jesus saw him. Not just a cursory look. Jesus really saw him. And He called him by name as if He really knew him. Because He really knew him. And even more; Jesus did not lecture him, did not give him a fuss, did not condemn him like the rest of the city… Jesus wanted to eat with him. Not just having a chat, but really being together. As fast as he could, he climbed out off that tree. …

With the arrival of Rabbi Jesus, the visual circle of exclusion and exploitation was broken. The only thing Zacchaeus always wanted was to be seen. Not just his outside. Jesus saw who he was deep down and deep within and noticed what he really needed; Jesus saw the little generous boy who wanted to belong. From that moment he no longer was alone. Jesus was with him. Finally he could be who he really was.

And it all started because he had the guts to climb that tree in the hope to be able to see upon Jesus.

Who or what is your tree that helps you to see upon Jesus. Do you have the guts to climb it?

Luke 19:1-10

(More (bible)creativity from my hand: follow me on youtube, facebook or instagram.)

Black lives matter. Period.

(Scroll down for English translation)

Toen  Charlie Hebdo koelbloedig werd vermoord en Parijs werd opgeschud met de gewelddadige vorm van terrorisme postten mensen massaal op social media hun profielfoto met ‘Je suis Charlie’ of ‘Stand by Paris’.  Als blijk van medeleven.

Toen België werd opgeschud door een terroristische aanslag reageerde ook ik met een profielfoto die de kleuren van België weergaf.

Een tijdje geleden was er de ‘kom op tegen kanker’- campagne.

Niemand haalde het in zijn hoofd om in bovengenoemde gevallen  te zeggen “Stand by all” of “Kom je ook op tegen longemfyseem of Alzheimer? Want dat zijn ook nare aandoeningen!”

Je steun betuigen en opkomen voor het ene, betekent niet dat je tégen het andere bent.  Het heeft mij even geduurd voor ik me dat realiseerde in de Black Lives Matter campagne. Mijn eerste reactie was ‘All lives matter’.  En natuurlijk tellen ook álle levens. Maar in gesprek met een aantal Afro Amerikaanse dames werd het me duidelijk dat het niet gaat om een tegenstelling. Zij voelen zich gediscrimineerd, achtergesteld, benadeeld. En met deze leuze vragen ze aandacht voor hun zaak. Net zoals het kankerfonds aandacht vraagt voor kanker en niet voor Alzheimer.

Vervolgens dacht ik – excuus voor mijn onwetendheid- dat het hier in NL heel anders is dan in Amerika. En ja het is anders. We zijn als gezin 1x in aanraking gekomen met hele boze Amerikanen die de politie hadden gebeld. En ik kan je vertellen; dat was niet leuk. Zeg maar gerust eng. Het is absoluut anders. Maar racisme komt ook in Nederland en België voor. De belastingdienst is daar een zeer recent en duidelijk voorbeeld van.

Dan zou je nog kunnen zeggen ‘Ik doe niet mee met de hype door op social media me uit te spreken.’ Is je goed recht. Om eerlijk te zijn, dat was ook mijn eerste reactie.  Maar is ook dat niet een beetje jezelf distantiëren? Omdat het jou niet dichtbij genoeg komt? Omdat het niet belangrijk genoeg is? Omdat je stiekem – het idee hebt dat je jezelf moet verdedigen en bij je punt wil blijven dat jij geen racist bent en dat dus niet hoeft? Is dat niet precies wat ‘white priveledge’ is?  Nu kan het zijn dat je altijd politiek correct bent en je nooit uitspreekt … dat is op zich prima.  Maar voor mij ging dat excuus niet op. 

Voor ik me uitsprak ben ik dus eerst in gesprek gegaan met een paar dames die racisme aan den lijve ondervonden. En ik sprak me uit op social media. En toen las ik op facebook de hartkreet van een mede-lander. Of de kerk zich ook hiertegen kon uitspreken. Mijn eerste reactie: wederom ‘Waar is dat voor nodig! Je verwacht toch ook niet van alle moslims dat ze zich tegen IS uitspreken? Alsof moslims per definitie voor IS zijn?? En hubby heeft een paar weken geleden nog gepreekt over hoe we ons horen te gedragen in de kerk. Voor racisme is er in de kerk geen plaats.  Maar is dat zo?

Is er voor racisme en discriminatie en sociaal onrecht geen ruimte in de kerk? Of is dat er wel en zou het er niet moeten zijn?

Het is al een aantal jaar geleden. Dus ik kan het nu wel vertellen. Maar ook ik heb pijnlijk ondervonden dat discriminatie wel degelijk de kerk in sluipt. Al sinds jaar en dag heb ik moeite met het zingen van het volkslied in de kerk. Velen vinden het een mooie traditie, maar ik vind het niet rijmen dat je de ene keer zingt ‘Want de geest doorbreekt de grenzen die door mensen zijn gemaakt …’ en de andere keer heel nationalistisch die grenzen in ere houdt door het volkslied. En hoewel ik me echt Nederlander voel – me heb laten nationaliseren- ik ga in de kerk niet staan wanneer dit lied gezonden wordt.  Toen ik dit voorzichtig aankaartte kreeg ik echter een furieuze reactie ‘Je past je maar aan aan Nederland. Je moet maar wennen aan ONZE gebruiken.’  Ineens was ik weer ‘de buitenlander’. Nodeloos om te zeggen dat ik al 14 jaar in NL woonde, mijn best deed om zo accentloos mogelijk te praten, al jaren werkte in het VO, me met hart en ziel inzette in de kerk en keurig mijn belasting betaalde…  Ik moest me als buitenlander maar aanpassen.  Wat heb ik gehuild, wat voelde ik me buitengesloten. En zo zijn er meer voorbeelden. Dit is dan geen racisme. Wel discriminatie. Pijnlijk, hard en in de kerk.

Terug naar racisme. Denken dat racisme geen voet heeft in de kerk of in de NL samenleving is een illusie. Dat je het niet ziet komt misschien omdat je het als ‘wit persoon’ zelf nooit ervaart. Wat we op z’n minst kunnen doen is de ander serieus nemen wanneer hij of zijn aangeeft hier last van te hebben. Wat we op z’n minst kunnen doen is luisteren (als in actief luisteren en het gesprek aangaan.) En we kunnen het gedrag van een ander niet veranderen. Maar jouw stem laten horen is geen druppel op de gloeiende plaat. Jouw stem laten horen is niet meelopen met een hype. Jouw stem laten horen is bijdragen aan bewustwording. Jouw stem laten horen is de ander laten weten ‘Ik hoor je, ik zie het lijden, ik sta achter je.’

Black lives matter.

(Onderaan vind je een pdf van deze tekening, vrij te gebruiken voor in je eigen bulletjournal of biblejournaling. Tekening geïspireerd door een foto van @gigi_esohe) Meer van mijn maaksels vind je op instagram.

When Charlie Hebdo was murdered and Paris was shaken up by the violence of terrorism, people massively posted their profile picture with “Je suis Charlie” or “Stand by Paris” on social media. As a token of compassion.

When the Belgium airport was shaken by a terrorist attack, I also reacted with a profile photo that reflected the colors of Belgium.

A while ago there was the “fight against cancer” campaign. Nobody dared to say “Stand by all” or “Do you also stand up against lung emphysema or Alzheimer’s? Because those are also unpleasant conditions!”

Expressing your support and speaking up for one does not mean you’re against the other. It took me a while to realize this is also the case in the Black Lives Matter campaign. My first reaction was “All lives matter”. And of course all lives count equally. But in conversation with a number of African American ladies it became clear to me that it’s not a contradiction. Saying Black lives matter doesn’t exclude Whites.  They feel discriminated against, disadvantaged. And with this slogan they draw attention to their case. Just as the cancer fund draws attention to cancer and not Alzheimer’s. Making it ‘All lives matter’ draws the attention back.

Then I thought – pardon my ignorance – that it ‘s different here in the Netherlands than in America. And yes it is different. As a white family we once came in contact with very angry Americans who had called the police on us. And I can tell you; That wasn’t fun. You can say scary. And we’re not even black. So it’s absolutely different. But racism also occurs in the Netherlands and Belgium. The tax authorities here are a very recent and clear example of this.

Then you could say “I’m not participating in the hype by speaking up on social media.” It’s your right. To be honest, that was my first reaction also. But isn’t that distancing yourself from it a little? Because it doesn’t get personal enough to you? Because it’s not important enough? Because you secretly – feel that you have to defend yourself and want to stick to the point that you are not a racist and you don’t have to? Isn’t that exactly what “white priveledge” is? Now it is possible that you are always politically correct and you never speak out against anything … that’s fine.  But that excuse didn’t work for me.

Before I decided to speak up, I started talking to a few ladies who experienced racism firsthand. And then I read the heart cry of a fellow Dutch on Facebook. He asked if the church could speak out against racism. My first reaction – once again –  “What is that necessary for? You don’t expect all Muslims to speak out against ISIS, do you? As if Muslims are by definition for IS ?? And hubby preached a few weeks ago about how we should behave in church. There is no place in the church for racism. Why does the church need to speak up? Butis there really no room for racism and discrimination or social injustice in church? Or is it and should it not be?

It’s been several years. So I can tell you now. But I have also experienced painfully that discrimination does creep into the church. For years I had trouble singing the national anthem in church. Many find it a beautiful tradition, but I do not think it rhymes with the Dutch hymne that says “Because the Spirit breaks through the borders that have been made by people …”  And although I really feel Dutch – I have been nationalized – I do not stand in church when this song is sung. When I cautiously tried to addressed this, I got a furious response “You will adapt to the Netherlands. You have to get used to OUR customs. ” Needless to say that I had been living in NL for  over 14 years, did my best to speak as accent less as possible, worked in high school and paid taxes … I had to adapt as a foreigner. I was a foreigner. I cried my eyes out and felt excluded for al long time …

Back to racism. To think that racism has no place in the church or in the NL society is an illusion. Maybe you don’t see it because you -as a white person- never experienced it. But the least we can do is to take the other person serious when he or she indicates that he is bothered by this. The least what we can do is listen (as in active listening and engaging in conversation.) And maybe we cannot change someone else’s behavior. But making your voice heard is not a drop in the ocean of needs!  Making your voice heard is not part of a hype. Making your voice heard is contributing to awareness. Making your voice heard is letting the other person know “I hear you, I see the suffering, I am behind you.”

Black lives matter.

The drawing I created, can be downloaded below for free- just for personal use in bulletjournal or biblejournaling. The drawing is inspired bij a photo of @gigi_esohe. More of my creations can be found on instagram.

don’t feed the fears

(Scroll naar beneden voor Nederlands)

We have a God that doesn’t do ‘a pie in the sky’ kinda promises! We have a God that is near, honest, strong and helpful even in ways we can’t imagine.

Our victory isn’t about beating war cancer or Corona… our victory isn’t assured because of how great we lead or handle or heal… our victory is assured because God is with us. He, the Almighty one, goes above and beyond to be with us. We are never alone. We never have to face our struggles alone.

So in Joshua 1:1-9 God’s people faced the problem of having no leader, no land, no safe haven… the land was given and God certainly could have simply eliminated all their enemies with a mere thought; but He calls them into partnership with Himself to see His will done.

And so God called Joshua to lead them. He was called to boldness in God. Even a great leader like Joshua needed encouragement. Not because of a low self esteem or a lack of self-confidence but because of a growing God-confidence.

To grow in God-confidence we must focus on God. Follow His lead (and law).

Do NOT be frightened…For the LORD your God is with you wherever you go: The final encouragement, repeated from Joshua 1:5, reminds us that Joshua’s success did not depend solely on his ability to keep God’s Word. It depended even more on God’s presence with him.

These days of self-isolation and worrying news messages… focus on God and your God-confidence.

Don’t feed the fears but drink in His love and feed yourself with the hope He has given and still is giving in His presence.

(The drawing is inspired by different photo’s online. The little ‘Hope’ bottle is an idea I got from this Dutch website eyespired.nl).

Feel free to use this drawing as a printable- but when posted on social media: please tag me (and eyespired). + only for personal use; no spreading or making money out of it.

More #biblecreative on my instagram.

We hebben een grote God die niet aankomt met loze beloften. Onze God is dichtbij, altijd aanwezig, sterk en hulpvaardig.

Onze kracht of overwinning bewijst zich niet in het winnen van een oorlog, in het verslaan van kanker of Corona… onze overwinning is niet gebaseerd op hoe we herstellen, leiden of hoe goed we de dingen zelf aanpakken… onze overwinning ligt in het feit dat God nabij is. Hij, de Almachtige, gaat verder dan ver om bij ons te kunnen zijn en blijven. We zijn nooit alleen. Geen enkele worsteling hoeven we ooit alleen in de ogen te kijken.

In Jozua 1:1-10 zien we God’s volk – zonder leider, zonder land, kijkend op de belofte die ze hadden gekregen maar nog niet hadden toegeëigend. God had het land al beloofd en Hij had heel gemakkelijk met een knip van zijn vingers alle vijanden van de kaart kunnen vegen. Maar dat deed Hij niet. Hij wilde dat een partnerschap met het volk. Samen.

En dus riep God Jozua. Zijn leven lang was hij assistent geweest, nooit zelf de leider. En God roept hem op moedig te zijn. Niet omdat Jozua een gebrekkige eigenwaarde had. Mozes had hem waarschijnlijk niet voor niets als assistent. Maar God wilde dat hij moed putte uit Hem. Uit Zijn kracht. Jozua moest niet zozeer zelfzeker en zelfbewust zijn maar zeker van God en bewust van Hem en Zijn aanwezigheid.

Om te groeien in een Gods-bewustzijn en in het zeker zijn van Hem en Zijn hulpvaardige aanwezigheid is het noodzakelijk dat Jozua (en wij) zich focust op God en wat Hij wil (zijn wet).

Wees niet bang – staat er – want God is altijd nabij.

Jozua’s succes was echter niet alleen of vooral afhankelijk van zijn focus, zijn vermogen om zich aan de regels te houden. Het was vooral afhankelijk van God’s aanwezigheid.

In deze tijden van zelf-isolatie, social distancing en zorgwekkende nieuwsberichten mogen – moeten- we ons des te meer focussen op Hem. Zodat we niet onze angsten voeden maar ons vertrouwen in Hem.

Voed je met Zijn liefde en drink de hoop die Hij je geeft. Want Hij is nabij. Hij is sterk en moedig in onze plaats- waar we dat zelf niet zijn.

(Tekening geïnspireerd door diverse foto’s. Het kleine hoop-flesje is getekend naar een foto die ik zag op eyespired.nl)

Je mag mn tekening prima als printable of kleurplaat gebruiken maar enkel voor persoonlijk gebruik- niet ter vermenigvuldiging of met winstoogmerk. En wanneer je deelt op social media vergeet me (en eyespired) niet te taggen).

Meer #biblecreative verwerkingen vind je op mijn instagram.

Prepare for battle

(Scroll down for English)

Het paard wordt gereed gemaakt voor de strijd. De overwinning hangt af van de Heer.

Spreuken 21:31

In de tijd van deze schrijver vormden paarden een belangrijk element tijdens oorlog. Het gebruik van goed getrainde paarden kon de overwinning bepalen.

Maar een paard kon niet ongetraind aan een slag meedoen. Het moest intensief getraind en opgeleid worden.

Vergelijk het ook maar eens met de paarden die door de politie worden ingezet, of voor prinsjesdag. Voordat ze mee kunnen lopen in de drukte van de stad moeten ze leren omgaan met die drukte, met het lawaai, met onverwachte schrikmomenten. Een ongetraind paard in die situatie zou zelfs een extra gevaar opleveren.

Zo wil de schrijver van deze spreuk ook duidelijk maken dat je niet onvoorbereid de strijd in kunt gaan. Je moet leren omgaan met de middelen en mogelijkheden die je ter beschikking staan. Oefenen, trainen, hard werken.

Maar zelfs al heb je dat allemaal gedaan en win je de strijd: dan nog komt de eer aan God toe.

Jij moet je voorbereiden maar Hij is het die de overwinning geeft.

(Paard is 1 van m’n aquarels die momenteel als sticker te verkrijgen zijn bij @lucinde. )

Proverbs 21:31

The horse is prepared for the day of battle,

But deliverance is of the Lord.

The horse is prepared for the day of battle: In the days these proverbs were written, the effective use of the horse in the war could be overwhelming against the enemy. These horses had to be trained; it was wise to prepare the horse for the day of battle.

But deliverance is of the Lord: Though it is wise to make the best preparations for battle, ultimately one should not trust in horses or preparation, but in God Himself. Deliverance is of the Lord, not only of horses and preparation.

“We often give the credit of a victory to man, when they who consider the circumstances see that it came from God.”

(Sticker available at www.lucilight.nl)

Sterven is winst

(Bij Fillipenzen 1:21)

Mijmerend staarde hij voor zich uit. De grond onder hem voelde klam en koud. Aan de muren kleefde een benauwde duisternis. De lucht was zwaar en broeierig. In de gang weerklonk het zachte gejammer van een opgesloten en gekwelde ziel. Rammelende sleutels vergezelde het weerkaatsende gestamp van een van de bewakers. In de verte hoorde hij het geratel van vele handkarren en de kakafonie van handelende verkopers. Zijn gedachten dwaalden naar de marmeren straten en het eeuwige gekrioel van de zonovergoten markt. Het naderende onheil van een executie hing hem zwaar boven het hoofd. Toch kon de duisternis hem niet raken. Hij had onverwacht de ware helderheid van Geest ontvangen en ervoer een vurigheid die hij nooit voor mogelijk had gehouden.

Zelfs in deze roerige en onrustige tijd, hier in de gevangenis, overheerste in hem een diepe vrede. Voorzichtig maar niet onzeker hief hij met zijn donkere bariton een loflied aan. Even bestonden er geen donkere muren, was de realiteit van deze plek slechts een verre illusie, was er geen knagende honger, vluchtte elke vorm van angst. Een geladen stilte daalde neer, geluiden om hem heen verstomden.

Hij was dankbaar. Ook wel enigszins teleurgesteld. Misschien een tikkeltje weemoedig. Berustend. Er waren christenen en gristenen; medegelovigen die met een oprecht verlangen en met volle inzet hetzelfde nastreefden als hij, maar er waren ook gelovigen die hun oude natuur van competitie en rivaliteit nog niet hadden kunnen afleggen. Ergens begreep hij ze wel. Maar ook weer niet. De oude ‘Paulus’ zou heetgebakerd allerlei verwijten hebben uitgekraamd. Zijn ‘oude ik’ zou zich in de steek gelaten voelen, ongewaardeerd, mogelijk zelfs in de rug gestoken. Maar hij had het Licht geproefd en berustte. Niet dat hij opgaf. Dat nooit. Hij rekende het ze gewoon niet aan. Ergens voelde hij misschien wat verdriet, treurde hij om de houding en vooral om de gemiste kansen die ermee gepaard gingen . Maar Hij was boven alles dankbaar, want God had hem zoveel gegeven, zoveel laten zien, zoveel vergeven.

Natuurlijk vond hij het als mens moeilijk dat er over zijn hoofd heen geprofiteerd werd van zijn gevangenschap. Dat er gristenen waren die –soort van- blij waren dat hij even uit beeld was zodat ze zelf in de spotlights konden staan. Onbedoeld hadden zijn positie en bekendheid ervoor gezorgd dat anderen zich met hem gingen vergelijken. Er was een jaloersheid ontstaan en een wedijver. En al was het maar een klein groepje, hun ongenoegen had luid genoeg geklonken. Het had zelfs anderen geïnfecteerd.

De roddels waren hem wel vaker ter ore gekomen. Het had hem echter totaal niet geïnteresseerd of hij technisch goed kon preken, of hij wel welbespraakt en geleerd genoeg overkwam. Of hij meer of minder Hebreeuwse woorden gebruikte…Hoe vaak hij bij wie op visite ging…

Daar draaide het toch niet om? Maar blijkbaar had het anderen wel wat uitgemaakt. En nu hij gevangen zat werd het niet onder stoelen of banken gestoken dat er ook betere opties dan hem waren, dat hij zo zijn fouten had. Laag was het. Zielig.

Maar wat maakte het uit? Wat maakte het uit wie op de voorgrond stond? Als er maar gepreekt werd! Als er maar mensen werden bereikt met de meest grote, mooie en waardevolle boodschap ooit! En dus, alle weemoed ten spijt, ervoer hij vooral vreugde en dankbaarheid. Als hij dit alles zou overleven; dan leefde hij niet voor de goedkeuring van andere christenen. Hij leefde met volle inzet voor Christus! Zou hij sterven; dan was dat winst. Want hij wist waar hij na zijn dood zou opstaan.

Paulus sloot zijn ogen. De muren hoorden zijn zachte doch vastberaden gefluister;

“Want voor mij is leven Christus en sterven winst.”

(Ik maakte de tekening met pastelpotlood en verwerkte hem daarna in mijn bijbel. De letterstickers, kruis-stencil en inkt kan je vinden in de webshop van @lucinde. Ze verkoopt ook diecuts, gemaakt van mijn tekeningen en prachtig faith papier; handig wanneer je met een scrapbook stijl zoals op de bovenste foto wil biblejournalen. Biblejournalen vereist dus totaal geen tekentalent!

GRATIS: Wanneer je deze maand wat via Lucinde haar webshop bestelt ontvang je gratis een printable met onder andere ‘mijn’ Paulus. (Zie foto hieronder.) Andere printables kan je er voor slechts 1€ aanschaffen!

Meer van mijn maaksels vind je op instagram. Vragen over hoe ik eea maak of heb tips nodig: neem gerust contact op via instagram of het contactformulier!

(This time no translation – please comment, contact or email me when you really want to receive an English translation other than google translate 😉)

Let there be light!

(Scroll down for English translation)

Vandaag doet mijn lijf me weer eens zeer en hebben mijn hersenen teveel tabbladen openstaan; soms voelt het leven mij een worsteling. Op dit soort dagen is het voor mij van belang dat ik me concentreer op wie ik ben, ván wie ik ben en waartoe Hij me geroepen heeft.

Mijn gezondheid of gevoel van welbevinden verandert niet het doel dat Hij me heeft gegeven, nooit. Dus kies ik ervoor om mijn pijnlijke lijf en zelfs mijn gebrokenheid te accepteren en erop te vertrouwen dat Zijn licht door elke barst zal schijnen.

Accepteren betekent overigens niet dat ik een fatalistische houding aanneem!

Ook al gaat ons uiterlijke bestaan verloren, ons innerlijke bestaan wordt van dag tot dag vernieuwd. 2 Kor 4:16

Wanneer duisternis jou (mij) omringt, heb jij (ik) licht nodig om de weg te (her)kennen. Je hoeft de lampen in je slaapkamer niet aan te doen als je van plan bent de avond in de keuken door te brengen … als je niet van plan bent op zolder wat te zoeken, waarom zou je daar dan het licht aandoen?

Het licht moet zijn waar jij bent. Je moet zelf in het licht lopen. Met dit in gedachten: je hoeft niet elk detail of feit van de bijbel te kennen om in Zijn licht te wandelen. Je hoeft de elektriciteitsleer niet te begrijpen om ‘s avonds bij een lamp je boek te kunnen lezen … je hoeft niet alles te begrijpen van de Schrift om Zijn aanwezigheid op te merken.

Je hoeft niet de hele trap te zien om de eerste stap te zetten.

Zijn woord zal zich ontvouwen wanneer dat nodig is. Net zoals het licht in de volgende kamer aangaat wanneer jij daar binnengaat. Wanneer het jouw tijd is, zal Hij Zijn waarheid voor jou ontvouwen. En Hij is er altijd bij.

Als uw woorden opengaan is er licht en inzicht voor de eenvoudigen. Psalm 119: 130

Als docent weet ik dat er ‘voor alles’ een tijd is qua groei en onderwijs. Soms is het tijd om de leerlingen onder te dompelen in een lading theorie… op andere momenten is het beter om ze in aanmoediging en met geduld te trainen, een enkele keer hebben ze correctie of zelfs een berisping nodig.

Soms is het zelfs beter om het hoe of wat niet uit te leggen … maar ze de boel zelf te laten verkennen en ontdekken en hun te laten komen met vragen in hun eigen tempo.

Met het geloof en Gods woord is dat niet anders. Soms heb je de tijd nodig om te ontdekken en te leren door ervaring … op andere momenten moet je gewoon eerst dingen weten en de bijbel bestuderen of jezelf trainen … soms moet je gecorrigeerd worden …

Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen en om op te voeden tot een deugdzaam leven. 2 Tim. 3:16

Dus; je hoeft echt niet eerst de hele trap te zien om de eerste stap te kunnen zetten. Je hoeft niet eens te weten hoe je een trap moet bouwen … je hoeft niet perfect te zijn of de hele bijbel te kennen om te beginnen met vertrouwen in God … laat Gods woord je leiden…

Ook als ik pijn heb of even (of zelfs langer) in een dal zit: Hij is erbij en Zijn woord leidt mij.

Ik tekende een @jenskevisser tekening in mijn eigen stijl – daar maakte ik deze print mee, kleurde het, schilderde de banner, gebruikte een stencil en inkt die ik had via @ lucilight88 haar webshop . Inmiddels zijn al een aantal van mijn tekeningen middels printables verkrijgbaar op haar webshop!
Meer biblejournaling vind je op mijn instagram.

@carlamantenfotografie

𝔹𝕖 𝕐𝕠𝕦 𝕥𝕚𝕗𝕦𝕝

My body is aching and my brain has too many tabs open; life can feel like a struggle these days. So it’s even more important to focus on who and whose I am and to what He has called me to. My health does not and will not change the purpose He has given me.

So I choose to accept my brokenness as a part of my life and trust in the fact that His light will shine through every crack there is. (By the way accepting doesn’t mean I have to take a defeatist attitude!) 💪🏻

𝑻𝒉𝒆𝒓𝒆𝒇𝒐𝒓𝒆 𝒘𝒆 𝒅𝒐 𝒏𝒐𝒕 𝒍𝒐𝒔𝒆 𝒉𝒆𝒂𝒓𝒕. 𝑬𝒗𝒆𝒏 𝒕𝒉𝒐𝒖𝒈𝒉 𝒐𝒖𝒓 𝒐𝒖𝒕𝒘𝒂𝒓𝒅 (𝙬𝙤)𝒎𝒂𝒏 𝒊𝒔 𝒑𝒆𝒓𝒊𝒔𝒉𝒊𝒏𝒈, 𝒚𝒆𝒕 𝒕𝒉𝒆 𝒊𝒏𝒘𝒂𝒓𝒅 (𝙬𝙤)𝒎𝒂𝒏 𝒊𝒔 𝒃𝒆𝒊𝒏𝒈 𝒓𝒆𝒏𝒆𝒘𝒆𝒅 𝒅𝒂𝒚 𝒃𝒚 𝒅𝒂𝒚. 2 cor 4:16

𝕌𝕟𝕗𝕠𝕝𝕕𝕚𝕟𝕘 𝕝𝕚𝕘𝕙𝕥

When darkness surrounds you (me), you (I) need light to know the way. You don’t need to put on the lights in your bedroom if you are spending the evening in your kitchen… nor do you leave the lights on in your basement after you have left.

The light needs to be where you are. You need to walk in the light. So with this in mind: you don’t have to know every detail or fact of the bible to walk in His light. You don’t have to understand electricity to experience your sight… you don’t have to understand everything God does to be able to notice He is present.

You don’t have to see the whole staircase to just take the first step.

His word will unfold when needed. Just as the light that goes on in the next room when you enter it. When it’s your time, your way He’ll unfold His truth to you.

Just enjoy the light you’re in right now.

𝑻𝒉𝒆 𝒖𝒏𝒇𝒐𝒍𝒅𝒊𝒏𝒈 𝒐𝒇 𝒚𝒐𝒖𝒓 𝒘𝒐𝒓𝒅𝒔 𝒈𝒊𝒗𝒆𝒔 𝒍𝒊𝒈𝒉𝒕. Psalm 119:130

𝕓𝕣𝕖𝕒𝕥𝕙𝕖𝕕 𝕠𝕦𝕥

As a teacher I know there’s a time for ‘everything’. Sometimes it’s time to pour out knowledge unto your students… at other times it’s better to wrap them in encouragement and patience, or even to correct or rebuke them.

Sometimes it’s even better not to explain the how’s or what’s… but let them explore and find out step by step.

Nothing different when it comes to faith. Sometimes you need the time to explore and find out by experience… at other times you just need to know things first and study or train yourself… sometimes you even need to be rebuked…

𝑨𝒍𝒍 𝑺𝒄𝒓𝒊𝒑𝒕𝒖𝒓𝒆 𝒊𝒔 𝒃𝒓𝒆𝒂𝒕𝒉𝒆𝒅 𝒐𝒖𝒕 𝒃𝒚 𝑮𝒐𝒅 𝒂𝒏𝒅 𝒑𝒓𝒐𝒇𝒊𝒕𝒂𝒃𝒍𝒆 𝒇𝒐𝒓 𝒕𝒆𝒂𝒄𝒉𝒊𝒏𝒈, 𝒇𝒐𝒓 𝒓𝒆𝒑𝒓𝒐𝒐𝒇, 𝒇𝒐𝒓 𝒄𝒐𝒓𝒓𝒆𝒄𝒕𝒊𝒐𝒏, 𝒂𝒏𝒅 𝒇𝒐𝒓 𝒕𝒓𝒂𝒊𝒏𝒊𝒏𝒈 𝒊𝒏 𝒓𝒊𝒈𝒉𝒕𝒆𝒐𝒖𝒔𝒏𝒆𝒔𝒔,…

You don’t need to see the whole staircase to just take the first step. You don’t even need to know how to build the stairs… you don’t need to be perfect or know the whole bible to start believing.. But let God’s word lead you! .

I started out by drawing this girl from @jenskevisser in my own style – then I created this printable out of it- colored it, painted the banner (cut and pasted it) used a stencil and versamagic dewdrops that I got from @lucilight88 her webshop. Soon she wil upload a few of my printables on her webshop so they will be available. 🤪 (By the way: The girl and banner are pasted as a tip-in. So they can be folded to the side so the text is still readable 😉) .

More biblejournaling on my instagram. All drawings and pictures are copyrighted!

Hagar- the God who sees

(English translation: scroll down!)

Lezen: Genesis 21: 9-21

Haar ogen trilden terwijl de herinneringen in flarden voorbij gleden. Alweer jaren geleden had Abram haar als slavin uit Egypte meegenomen en aan zijn vrouw Saraï gegeven. Ondanks het ruige buitenleven had ze zich in deze nomadenstam, voor het eerst in haar leven, vrij gevoeld. Ze gingen hier heel anders om met slaven dan de elitaire en opgeblazen Egyptenaren. Hier kreeg ze voldoende te eten en werd ze goed behandeld.

Een traan welde op maar verdampte nog voor deze haar ooghoek had bereikt en liet een schrijnend en schurend gevoel achter toen haar ogen vluchtig knipperden. 

Aanvankelijk had ze intens meegeleefd met haar meesteres. Geen kinderen kunnen krijgen was een vloek van de goden. Als de goden je geen toekomst gunde ontnamen ze je een rijkelijk nageslacht. Hoe groot je aanzien of welvaart vooraf ook was geweest, zonder nakomelingen was je niets behalve een paria, een verschoppeling. Onvruchtbaarheid was reden nummer één om van een vrouw te scheiden. En dus had ze verwacht dat Abram zich van zijn vrouw zou ontdoen. Maar hij hield veel van haar en wachtte geduldig. 

Intussen groeide bij haar de angst dat de smet die op haar meesteres lag, op haar zou overslaan. 

Een andere optie was dat Abram er een vrouw zou bijnemen, en daar hoopte ze stiekem op want als de keuze op haar viel, en die kans zat er dik in, zou haar status flink verbeteren. Maar ook dit deed hij niet. Hij herhaalde uitentreuren dat God hun een rijk nageslacht had beloofd. God zelf zou ingrijpen wanneer het Hem schikte.  


Het zand onder haar voeten brandde. De boom waaronder ze lag gaf amper voldoende verkoeling. Met een gesmoorde kreet wende ze haar hoofd weer af toen ze haar zoon, nog maar een man in de dop, verderop als een levenloos hoopje stof zag liggen. Een vaag gesnik dreef op de lucht die af en toe, zwaar en broeierig, haar kant op blies. Ze probeerde zich op te richten maar de kracht stroomde als een haast uitgedroogde waterval uit haar ledematen en liet haar in de steek. Ze zakte weer terug in het mulle zand. Te moe om wanhopig te zijn.

Hij gaf pas toe toen Saraï, tien jaar later, voorstelde dat Abram met haar als slavin zou slapen en zij het kind op de knieën van haar meesteres zou baren. Dit gebruik kwam heel vaak voor. Ze mocht dan niet gezien worden als wettelijke echtgenote, ze steeg hiermee wel een aantal treden op de sociale ladder en haar zoon zou als rechtmatige erfgenaam gezien worden.

De God van Abram bleek haar goedgezind: ze werd zwanger. Het bewijs was geleverd dat het aan Saraï lag.  

Als een nevel die opsteeg uit dampende grond herinnerde ze zich de overmoed en hoogmoed die samen met haar kind in haar binnenste leken te groeien. Kronkelend had dit kiemend onrecht zich een weg naar buiten geweefd en trof Saraï daar waar ze het zwakste leek. Maar ze viel. Hard, want Saraï nam haar gedrag niet in dank af en liet zich meedogenloos en ferm gelden als meesteres en kleineerde haar in die mate dat ze meende te moeten vluchten.

Dagen en nachten had ze met haar wellende buik door de verstikkende woestijn gezworven. De hitte die nu haar voeten schroeide was er toen ook geweest. Destijds had de zon net zo fel gebrand en was de woestijn net zo zinderend onherbergzaam geweest. Maar deze keer kwam er geen engel op haar pad. Deze keer bleef de hitte heet, het zand uitgedroogd en de toekomst uitzichtloos. Haar lieve erfgenaam was op sterven na dood. 

Ze kon het niet aanzien. Rilde wanneer ze dacht aan de ijzige dood die hun nu in zijn greep hield. 

De lucht leek met haar mee te rillen toen haar gedachten afdwaalden naar het moment dat ze bij de bron in Sur was aangekomen. God zelf had zich, in de vorm van een engel, aan haar getoond. Hij had haar beloofd dat haar een goede toekomst in het verschiet lag en dat ze Abram een zoon zou baren. Met het noemen van zijn naam, Ismaël, gaf de engel aan de volle verantwoordelijkheid te nemen voor haar kind. En dus was ze teruggekeerd. Ze had zich gewonnen gegeven. Het moeilijkste wat ze ooit had moeten doen volgde; ze had haar trots boetvaardig afgelegd en het kleed van nederigheid aangetrokken. Ze had zich weer onderdanig opgesteld ten opzichte van haar meesteres. 

Ze baarde haar zoon zoals de traditie voorschreef en Saraï had hem geadopteerd als volwaardige erfgenaam.   

Jarenlang ging het voorspoedig en voelde ze zich een gezegend mens. God had haar gezien. El Roi deed zijn belofte gestand. 

Tot Isaak alsnog geboren werd. Tot haar Ismaël zo dom was geweest zijn halfbroertje te plagen en Sarah het als een zware pesterij had afgedaan en zich als een furieuze leeuwin op de situatie had gestort. Abraham had niet eens de moeite gedaan haar een beetje van zijn rijkdom mee te geven. Zelfs een pakezel kon er niet van af toen hij haar de laan uitstuurde met een gesmoord “God zal de zorg voor jou en Ismaël overnemen, echt.”

Maar waar was El Roi nu? Een kreun ontsteeg haar schorre keel en haar spieren verkrampten. Flarden van een onmogelijke toekomst kwamen haar voor de geest. Hoe zij, als vrouw, een echtgenote voor haar zoon zou kiezen. Hoe zijn kracht en welvaart zich zouden uitbreiden. Hoe ze de vele kleinkinderen in haar armen verwelkomen zou. Het was een illusie, de fata morgana van een stervende vrouw. 

Maar vlak voor ze haar ogen voor het laatst wilde sluiten galmde er die stem, alsof donder en bliksem de lucht boven en de stenen onder haar in verootmoediging deed beven; “Hagar, wat is er?” 

Meer lezen: Genesis 16: 1- 16, Galaten 4:25 

  • Wat is, volgens jou, de oorzaak dat het Hagar lukt haar trots af te leggen en zich weer onderdanig op te stellen ten opzichte van Saraï? 
    Wat betekent het voor jou om gezien te zijn? Dat God jou ‘ziet’? 
  • De poging van Abram en Saraï om Gods belofte zelf te vervullen heeft grote gevolgen. Desondanks neemt God verantwoordelijkheid. Hij erkent Ishmaël door hem een naam te geven en hem van een toekomst te voorzien. Wat zegt dit over jouw toekomst?  

Read Genesis 21: 9-21

Her eyes quivered as the memories passed in shreds. Years ago, Abram had taken her from Egypt as a slave and given her to his wife Saraï. Despite the rough environment she had felt free in this nomadic tribe, for the first time in her life. These people dealt with slaves in a very different manner than the elitist and bloated Egyptians. Here she got enough food and got treated well.

A tear welled up but evaporated before it reached the corner of her eye and left a sanding and grinding feeling as her eyes blinked briefly.

Initially, she had intensely sympathized with her mistress. Not being able to have children was a curse of the gods. When the gods didn’t grant you a hopeful future, they would rob you of a rich offspring. No matter how great your prestige or prosperity would have been beforehand, without descendants you were nothing but a pariah, an outcast. Infertility was the number one reason to divorce a woman. And so she expected Abram to get rid of his wife. But he didn’t. He loved her very much and waited patiently as they grew older.

In the meantime, her anxiety grew. More and more she got afraid that the blemish on her mistress would infect her.

Another option was that Abram would take a second wife. She secretly hoped for him to consider this option, because if the choice fell on her, and there was a reasonable chance, her status would improve considerably. But Abram didn’t do this either. He repeated again and again that God had promised him and Saraï a rich offspring. God himself would intervene when it suited Him. And older they got.

The sand beneath her feet burned. The tree above her scarcely provided enough cooling shade. With a smothered cry she turned her head away when she saw her son a few feet further, lying like a lifeless pile of dust. The subtle noise of subdued sobbing, drifted into the air, occasionally, heavy and sultry, blowing in her direction. She tried to raise herself, but the brief remains of power flowed out of her limbs like an almost dried-out waterfall. She sank back into the soft sand. She was too tired to be desperate.

It was only when Saraï, ten years later, suggested that Abram would sleep with her as a slave and that she would give birth to the child on her mistress’ knees, he admitted. This custom was very common. She might not be seen as a legal wife, but she would climb a few steps up the social ladder and her son would be seen as a legitimate heir.

The God of Abram proved her kindness: she became with child. It was proven God rejected Saraï.

Like a mist rising from damped ground, she remembered the recklessness and pride that seemed to grow along with her child. Winding, this germinating injustice wove its way out and struck Saraï where she seemed the weakest. But she fell herself. Hard, because Saraï didn’t receive her smugness very well. Ruthlessly and firmly Saraï asserted herself as a mistress and belittled her to the extent that she thought she had to flee.

She had roamed the suffocating desert for days and nights in a row with her throbbing belly. The heat that now burned her feet had also been there. At that time, the sun had burned just as brightly and the desert had been just as blisteringly inhospitable. But this time no angel came her way. This time the heat simply remained hot, the sand dried out and the future hopeless. And her dear heir was dying.

She couldn’t stand it. She shivered when she thought of the icy death that now held them in its grip.

The air seemed to shiver along with her as her thoughts wandered to the moment she had arrived at the spring in Sur. God himself came to her in the form of an angel. He had promised her that a good future was ahead of her and that she would give birth to a son. In mentioning his name, Ishmael, the angel indicated that he took full responsibility for her child. And so she returned. She had given up. The most difficult thing she ever had done followed; she had reprimanded her pride and put on the robe of humility. She showed herself submissive to her mistress.

But she gave birth to a son, as God had told her, and as tradition dictated Saraï had adopted him as a full heir.

For years it went well and she felt blessed. God had seen her. El Roi kept its promise.

Until Isaac was born. Until her Ishmael had been so stupid to tease his brother and Sarah had dismissed it as a serious harassment and had turned to the situation like a furious lioness.

Abraham had not even bothered to give her a bit of his wealth. He didn’t even give her a mule when he sent her down the lane with a smothered “God will take care of you and Ishmael, really.”

Where was El Roi now? Where? A moan lifted her hoarse throat and her muscles cramped. Fragments of an impossible future came to her mind. How she, even  as a woman, would choose a wife for her son. How his strength and prosperity would expand. How she would welcome the many grandchildren in her arms. It was all an illusion, the fata morgana of a dying woman.

But just before she wanted to close her eyes for the last time a loud voice echoed, as if thunder and lightning shook the air above and the stones below her in humiliation; “Hagar, what’s wrong?”

Read more: Genesis 16: 1-16, Galatians 4:25

  • Just like Hagar, many people strive for a higher status. Often at the expense of others. How is this for you? How important is your social, financial or even mental status for you?
  • In your opinion, how was Hagar able to reprimand her pride and become submissive again?
  • What does it mean for you to be seen? That God “sees” you?
  • Abram and Sarah’s attempt to fulfill God’s promise itself has major consequences. Nevertheless, God takes responsibility. He recognizes Ishmael by giving him a name and providing him with a future. What does this say about your future?

Soul #BJBibleproject 5: nephesh

(English translation download available in attached file below!)

Wanneer ik mijn leerlingen les geef over liefde. Vertel ik ze vaak hoe verknocht ik ben aan mijn echtgenoot. Yup, ik moet meestal eerst uitleggen wat verknocht betekent. Maar ik vertel ze ook dat mijn liefde voor hem soms een rationele keuze is terwijl ik het (even) niet meer voel. En dat ik op sommige momenten met mijn hele lijf naar hem verlang. Yup, dan gaan ze ongemakkelijk lachen. En dat geeft mij weer de gelegenheid te vertellen dat het niets seksueel is (ach ja, soms  ook wel – niets verkeerd mee) maar soms, vooral als hij enkele dagen weg is, verlangt mijn lijf zijn armen om me heen, mis ik zijn geur, en ja ergens ook wel zijn gesnurk. Alsof ikzelf lijfelijk niet compleet ben zonder hem. Verknocht zijn is meer dan alleen een emotie, het is een hunkering van hart, lichaam en ziel.  

Deze maand bespreken we tijdens dit BJBibleproject het woord nephesh; ziel.  Wanneer we als westerlingen proberen uit te leggen wat dit woord ziel betekent zeggen we vaak iets in de trant van ‘ons binnenste’ of ‘het onzichtbare gedeelte van wie je bent’. Het is dat gedeelte wat niet sterft wanneer je lichaam het laat afweten. Je fysieke lichaam is dan het ‘buitenste’ of het zichtbare, sterfelijke gedeelte.  Maar die gedachte komt uit de Griekse filosofie. En dat is totaal niet wat het Oude Testament bedoelt wanneer ze het woord nephesh gebruikt.

Luister, Israël! De HEERE, onze God, de Heere is één. Daarom zult u de HEERE, uw God, liefhebben met heel uw hart, met heel uw ziel en met heel uw kracht. (HSV Deut 6:4-5) 

God liefhebben met heel je hart – zo leerden we tijdens de vorige maand – betekent Hem liefhebben met je verstand, met je gedachten, met alles wat je kan bedenken. Liefhebben als een rationele keuze. Maar het Sjema voegt daar liefhebben met je ziel, je nephesh, aan toe. Wat is dat dan?

Het Hebreeuwse woord nephesh komt meer dan 700 keer voor in het OT. Merendeel om levende wezens (dieren) te beschrijven.  In Genesis 2:7 wordt het woord gebruikt om de geschapen mens te omschrijven; God vormt een wezen uit de klei en met zijn adem (ruah) wordt het een levende nephesh.

Wanneer Jozef door zijn broers als slaaf verkocht wordt zegt de bijbel dat zijn nephesh in de boeien wordt geslagen. En hoewel nephesh vaak vertaald wordt met ziel is het dus duidelijk meer dan alleen het Griekse ‘binnenste’.

De mens heeft geen ziel, de mens IS ziel.   

Het is vanwege deze gedachte dat de uitdrukking ‘zieltjes winnen’ is ontstaan.

Het gekke is dat de Griekse gedachte achter ‘ziel’ een onsterfelijk iets is. En in het Hebreeuws is de ziel sterfelijk, ondanks het feit dat er wel in een hiernamaals geloofd wordt. Dit is omdat met nephesh het volledige levende wezen bedoeld wordt; veel meer dan alleen de emotie of de gedachten. Nephesh omvat je hele zintuiglijke lichaam. Dus wie jij vanbinnen bent inclusief je zicht, je gehoor, je smaak, reuk en tastzin. Verschillende schrijvers in de bijbel benadrukken deze betekenis door zo over zichzelf te schrijven.

Laat mijn nephesh leven, opdat ik u loven zal! (Psalm 119:175)  De psalmist vraagt hier om het lijfelijk in staat zijn om God te kunnen loven.

Zoals een hert verlangt naar water, zo verlangt mijn nephesh naar U. (Psalm 42:2-3) Een hert heeft water nodig om lijfelijk te overleven, zo hebben wij God nodig om te kunnen leven.

Heb God lief met heel je hart en ziel betekent dus zoveel als ‘Kies er verstandelijk voor om God lief te hebben, om zelfs in je gedachten van Hem te houden en met elke vezel in je hele lijf. Dat je inside-out en met alles wat in je leeft Hem naar waarde schat, hem zeer hoog acht en lief hebt.”

Persoonlijke verdieping

Kijk vooral het filmpje van The Bible Project over nephesh (Er is Nederlandse ondertiteling). Neem deze maand te tijd om de volgende teksten met dit woord te overdenken: Psalm 119:175, Psalm 42: 2-3, Genesis 46:22-27, Genesis 2:7

Luister naar dit lied, laat de woorden tot je doordringen. Wat betekent het voor jou om met je hele ziel naar Hem te roepen? 

Creatief

Lucinde maakte ook deze maand weer een aantal maandpakketjes die je creatief kunnen uitdagen om hetgeen je leert nog beter te verwerken zodat het langer blijft hangen. En ook deze keer heeft ze een aantal tekeningen van mij verwerkt tot leuke diecuts. Ideaal voor als je wel creatief wil zijn in je bijbel of bullet maar niet van tekenen houdt! Met de code BJBPMei krijg je korting!

Art / bullet journal: Zoals je ziet heb ik me weer visueel laten inspireren door het filmpje van the bible project.  Je hoeft dus zelf geen grote bedenker of artiest te zijn.

In mijn bijbel maakte ik gebruik van de diecuts die in het maandpakketje zitten.  Maar dat toon ik later deze maand via mijn instagram en in onze Facebookgroep.

Vorige maand maakte Lucinde ook een tutorial bij haar verwerking. Misschien kan het je ook deze maand weer inspireren. (Er is Nederlandse ondertiteling!)

We zijn erg benieuwd naar wat jij deze maand middels dit project leert,
bedenkt, beleeft en maakt. Deel het vooral in onze Facebookgroep of op instagram. Wees
met je creaties en gedachten een inspiratie voor anderen! We gebruiken de
hashtags #BJbibleproject en #Bijbeljournalinggroep. Volg ons op insta of sluit
je aan bij de facebookgroep om updates en andere creatieve verwerkingen niet te
missen!  De eerste zaterdag van Juni vind je de volgende en tevens laatste
blog in deze serie op Lucinde haar website!

Zelfreflectie? 

#zelfreflectie…   ik vraag me af waarom het me irriteert – de reclame van boeken en specifieke materialen rond bible journaling…  Wat maakt dat ik er humeurig van kan worden?? Waarom en wat triggert het iets diep binnenin mij waardoor dat gevoel van onbehagen omhoog borrelt?

Ben ik jaloers? Waarop dan? Ik hoef de aandacht niet, heb zelf al een aantal vragen (van Amerikaanse uitgevers) tot publicatie laten schieten. En ik ben als de dood voor de stress of het eventuele commentaar; wie zijn kop boven het maaiveld uitsteekt… dus mij niet gezien ….
Wil ik die spullen die ze aanbieden dan hebben maar kan of wil ik er geen geld aan uitgeven? Ik kan eea prima betalen dus dat is het niet; willen is meer de kwestie, maar is dat dan hét probleem? Ik heb niet het idee wat nodig te hebben en heb mijn eigen (journaling) stijl reeds gevonden. Geen reden of behoefte om daarvan af te wijken.

 

Ik heb er geen probleem mee wanneer mensen happy zijn met een boek of iets wat ze gekocht hebben wat ze stimuleert in het journalen. Helemaal niet zelfs.  Journalen is voor mij een wijze van bezig zijn met God en Zijn woord. Dus ik kan niemand kwalijk nemen daar enthousiast over te zijn. Noch ben ik van mening dat je geen geld mag verdienen binnen het christelijke wereldje. Manlief doet het notabene ook.

Waarom stoort het me dan alsnog? Waarom voel ik die weerstand? Is het misschien omdat iedereen, met of zonder tekentalent zou kunnen bible journalen en daar niet persé een workshop voor nodig heeft? (Maar dat dit idee soms -onbedoeld- wel opgeworpen wordt?) Is het omdat ik me wild geschrokken ben van wat een journalingweekend kost (als deelnemer dan)?
Wat ik wel weet is dat ik een beetje wars ben van het ‘ons kent ons’ sfeertje. Je mag iets nog zo goed kunnen, je ‘maakt’ het pas als je kruiwagentjes hebt.  Maar dat gevoel ligt mogelijk geheel aan mijn ervaring / belevingswereld.

En ook al vind ik dat je van sommige dingen prima je werk kan maken – ook binnen het christelijke wereldje- het stoort me alsnog dat voor elk wissewasje (in mijn ogen dan) gelijk zo een hoge prijzen worden gevraagd.  “Waar is het ‘ze hadden alles gemeenschappelijk’ gebleven”, denk ik dan. En ja, ik snap het hele systeem van winst en belasting ook wel. Maar in mijn ogen moet ELKE vorm van God leren zoeken en aanbidden heel laagdrempelig zijn. En als er dan op facebook een paar dames aangeven graag een keer samen te journalen hoeft er van mij geen aquisitie gepleegd worden om er een ‘echte’ workshop van te maken. Je leert zat van elkaar en dat samen komen om Hem te zoeken maakt het al ‘echt’ genoeg.

NIEMAND moet ooit het gevoel krijgen dat je dure spullen nodig hebt om creatief met Gods woord bezig te zijn. Of dat je persé lessen moet volgen om te kunnen starten.  (Praktische info als wat doordrukt op bijbelpapier en wat niet vind je zat op internet en ook op de NL facebookpagina, vraag me gerust de link of het bestand!)

Hiermee zeg ik trouwens niet dat de -overwegend erg aardige ! – dames die dergelijke workshops geven of spullen verkopen erop uit zijn dit gevoel te zaaien. Echt niet!   Wat ik van ze meekrijg op social media hebben ze absoluut een welwillend hart op de juiste plek. Dus van mij geen kritiek op hun als persoon! Voor zover ik het zie doen ze eea met volle overgave voor hun Heer… het ligt niet aan hun intentie of inzet!
… dus vandaar mijn oprechte -retorische – vraag waarom het me soms dwars zit. Ik weet het niet.
Wat ik wel weet is dat het me aanspoorde om een journalingochtend aan huis te organiseren: voor nope. En dat het reuze gezellig was en absoluut voor herhaling vatbaar. Het was voor mij echt een drempel die ik over moest maar we hebben er allemaal van genoten!

Het gevoel spoorde me ook aan om mijn stapel mooie papier helemaal te versnijden met mijn splinternieuwe pons om 1300 mini-tabjes te maken en –free of charge– op te sturen naar wie wilde… En privé zowel als via social media ben ik dagelijks wel een uur of meer kwijt aan het geven van tips en truuks… en vooral maar het herhalen van


Maar rechtvaardigt dat mijn gevoel van onbehagen / irritatie ? Ik weet het zo net nog niet.   Wie wel??
…I’m a work in progress – vrees ik. 🙈


Meer zien van m’n journaling: volg me op instagram: saralindenhols  


Omhoog ↑