(oftewel: waarom jouw tekening na alle moeite nog steeds op een platte pannenkoek lijkt en wat je dan doet)
Misschien herken je dit. Je begint vol hoop. Je hebt er zin in. Je hebt je spullen klaar. Je gaat “even lekker tekenen”. En dán… halverwege… komt dat moment dat je naar je papier kijkt en denkt: Oké. Waarom klopt dit niet? Ik heb toch alles gedaan wat ik moest doen? Ik heb zelfs netjes alle stappen gevolgd en mijn gum heeft geen ruzie gemaakt met mijn potlood (nou ja, een béétje)…
Goed nieuws: dit ligt niet aan jou. Dit is gewoon hoe het leren tekenen werkt. Je loopt tegen dezelfde beginnersproblemen aan als iedereen. Alleen… niemand zegt er even bij wat je dan praktisch moet doen.
Dus. In deze blog 10 dingen die ik als beginnende tekenaar zó graag eerder had willen weten. Niet zwaar. Niet streng. Wel mega handig. En met een typische Sara-knipoog.

1. Je tekening “klopt niet”, maar je weet niet waarom
Wat er gebeurt: Wanneer je te lang met je neus bovenop je tekening zit raakt je brein gewend aan de foutjes die je eerder maakte. En die zie je dan niet meer. Daarnaast teken je vooral wat je denkt dat je ziet.
Oplossing: afstand nemen (en je brein even laten schrikken).
- Maak een foto en kijk via je scherm.
- Draai je papier eens ondersteboven.
- Als je durft: bekijk je tekening via de spiegel
Je ziet meteen waar het hapert. Echt. (Niet doorvertellen dat je spiegel de beste docent is… (Behalve ik dan 🤪) Wanneer je bijvoorbeeld een fiets tekent weet je dat de wielen in theorie rond zijn … maar afhankelijk vanuit welk perspectief je ze wil tekenen zie je ze veel vaker ovaal. Goed kijken is dus key!
Extra tip: Kijk goed en teken de vorm die je ziet, niet het hele object. Soms helpt het om met overtrekpapier eerst even de vormen over te nemen om daar goed naar te kijken. Tekenen is voor 99% leren kijken. Die 1% is het potlood vasthouden zonder je schouder te verkrampen.

2. Je tekening lijkt rommelig (terwijl je juist extra je best deed)
Wat er gebeurt: Je wil een zo compleet mogelijke illustratie en het graag zo realistisch als mogelijk. En dus voeg je heel veel details toe. En die teken je allemaal in met dezelfde fineliner. Dan schreeuwt alles om aandacht en lijkt het een rommeltje.
Oplossing: ga terug naar grote vormen en kies één focuspunt.
- Vraag jezelf: wat moet het belangrijkste zijn in deze tekening? En laat de rest zachter, rustiger, simpeler.
- Zet alleen de meest in het oog springende dingen in fineliner. Details alleen met kleur of schaduw aanbrengen.
- Gebruik meerdere diktes fineliner: details met een 005, grote vormen met een 05.
Je tekening hoeft niet overal “hard” te schreeuwen. Dus kies wat moet opvallen en welke details weggelaten kunnen worden.
Extra tip: In een gezicht kan je bijvoorbeeld de hele neus en lippen in fineliner zetten. Maar door die niet te ‘tekenen’ maar met kleur of schaduw aan te zetten komt het vaak natuurlijker over.

3. Je twijfelt en denkt dat iedereen beter is dan jij
Wat er gebeurt: je vergelijkt jouw beginners-schetsmoment met iemands hoogglans eindresultaat. Dat is niet eerlijk. En behalve dat: niemand post zijn mislukkingen trots op social media. Vergeet daarnaast niet dat ook iedereen een heel eigen stijl heeft en dat wanneer je die met elkaar vergelijkt dat hetzelfde is als appels en peren vergelijken.
Oplossing: Vergelijk jezelf met jezelf.
- Herinner jezelf: niemand post zijn berg “mwah”. Iedereen heeft mislukkingen. Iedereen. Ook ik. Zat. En vaak! Je moet door een hele stapel mwa om bij wow te komen. Dat heet oefening. Art practice.
- Maak ook eens procesfoto’s van je eigen creaties. Soms helpt dat om te ontdekken in welke fase je het moeilijk krijgt … dan kan je een ander makkelijker om meedenken vragen.
- Durf te breken met de fake social media cultuur en post behalve het shiny eindresultaat ook een keer de versies die je aan de kant gooide of de fotomomentjes van vlak voor je iets weggumde!
Kijk naar Picasso: die maakte meer dan duizend tekeningen. En we kennen er… een handvol. Dat zegt genoeg toch?
Extra tip: Bewaar en dateer je tekeningen. Dit helpt om je groei te zien. En voel je welkom in de Facebookgroep Drawing Diva’s daar zijn ook je mislukkingen welkom!

4. Goede materialen helpen (maar ze gaan het niet voor je doen)
Wat er gebeurt: Je voelt jezelf nog een beginner … en dus ga je geen schetsboek van 25,- kopen. Maar goedkoop papier kan enorm frustreren. Of je werkt met kleurpotloden van de aceetion en je snapt bij het kijken van de video’s in mijn Pretty Pencil People cursus maar niet waarom ik er zo lang over doe en hoe ik zoveel lagen kan aanbrengen. Want bij jou glijden je potloden al over je blad maar kleuren ze al lang niet meer.
De juiste materialen, en zeker de juiste DRAGER van je materialen (het juiste papier!) hebben absoluut invloed op je tekenproces. Het juiste materiaal voorkomt vaak een boel frustratie en verhoogt je plezier.
Oplossing: gun jezelf het beste binnen je budget.
- Zie je materialen niet als te duur, maar als een investering in je plezier. Dit lijkt misschien een beetje cheesy en ik zeg het op beurzen vaak als grapje om mensen over te halen tot een aankoop, maar het is echt zo. Je wil niet iets kopen om je er vervolgens over te frustreren toch?
- Goedkoop is duurkoop. Koop bijvoorbeeld liever een paar losse neocolors 2 en neem de tijd om ze te leren mengen tot nieuwe kleuren dan dat je een hele doos koopt van een goedkoper alternatief die niet goed blendt, streperig werkt of waarvan de kleur meer in het krijtje blijft zitten dan op je blad verschijnt.
Fijn papier en fijne materialen maken het proces plezieriger. Maar de magie zit in je hand en in je geduld. (En in het feit dat je gewoon doorgaat, ook als het even stom voelt.)
Extra tip: Ik heb in mijn webshop nog een paar exemplaren van het DIY-pakket Masterclass kleur in je vingers. Deze is inclusief instructie-video en het helpt je te oefenen qua kleuren mengen. In deze masterclass ga je aan de slag met maar 5 kleuren, en daarvan leer je alle kleuren uit het kleurenwiel te maken!

5. Je loopt vast met inkleuren halverwege
Wat er gebeurt: JA, je tekening is af en nu kan je aan de slag met kleur. Natuurlijk begin je enthousiast met je favo kleuren … en dan ontdek je halverwege dat je kleurplan eigenlijk nergens heen gaat… en loop je vast.
Oplossing: maak een mini-kleurenplan vóórdat je begint. Niet ingewikkeld. Gewoon: een mini mock-up schetsje waar je even “krast” om te kijken welke kleuren je waar mooi vindt.
- Bepaal een palet: welke 3–5 hoofdkleuren wil je gebruiken? Volg je een complementair kleurpalet of liever monochroom? Een triadisch kleurpalet of toch liever meer?
- Elementen die in de spotlight staan kan je een meer verzadigde kleur geven (bijvoorbeeld knal roze) en details in de schaduw of achtergrond kan je meer dempen (meer oud-roze). Zo blijf je binnen je vooraf bepaalde kleurpalet en matchen de kleuren onderling beter.
Dit scheelt je zóveel frustratie. Want halverwege wisselen van palet is alsof je in een trein zit naar Groningen en ineens besluit dat je eigenlijk naar Parijs wilde.
Extra tip: gebruik een kleurenwiel en leer er mee werken! (Dit komt bijvoorbeeld in de cursus Pretty Pencil People ook aan bod!)

Bonustip:
Zet een deksel op je koffiebeker (serieus – beste tip ever.)
Dit is de meest universele tekentip ooit. En ja: het overkomt ons allemaal. Je hebt verfwater. Je hebt koffie of thee. Je bent lekker in flow. Je reikt automatisch… en ineens heb je je penseel in je koffie gedipt. … Of je neemt een slok van je verfwater en ontdekt een geheel nieuwe smaak: Burnt Umber met een hint van spijt.
Oplossing: drinkbeker met deksel. Klinkt saai. Werkt geniaal.
En als je één ding meeneemt uit de tips hierboven, laat het dan dit zijn:
Je hoeft niet beter te worden in één tekening. Je wordt beter door tien tekeningen te maken die “mwah” zijn en daarna tóch door te gaan.
En nu… potlood pakken. En als je me zoekt: ik zit ergens met een deksel op m’n koffie. 😄✏️


Geef een reactie