Blog

Kleurpotloden kiezen: tips, swatchkaarten én waarom je gerust fouten mag maken

Sommige tekenaars maken eerst een compleet kleurplan voordat ze überhaupt een potlood aanraken. Alles tot in de puntjes uitgezocht: swatchkaarten, kleurnummers, combinaties… Ze zouden er bijna een spreadsheet bij pakken. En eerlijk? Petje af. Maar eh… dat is dus niet hoe ik werk.

Ik ben meer van: “Oh, dit kleurtje ziet er leuk uit. Hoppa.” Ja, ik héb swatchkaarten. Van bijna elk merk. Keurig ingevuld. Maar als het puntje bij paaltje komt, gok ik meestal gewoon welke kleur ik nodig heb. Soms denk ik: top! En soms denk ik: oeps, dat is paars. Maar weet je? Dan kleur ik gewoon door. Want fouten maken is ook gewoon… kunst.

Sterker nog, in mijn cursussen zeg ik het ook tegen iedereen: Gebruik je eigen kleuren! Want het draait niet om kopiëren, het draait om ontdekken. En dat ontdek je niet door alles volgens het boekje te doen, maar juist door af en toe keihard de mist in te gaan met een knalgroene schaduw waar je blauw had bedoeld.

Pretty pencil people cursus voor als je wil leren tekenen en beter gebruik wil maken van je kleurpotloden

In mijn cursus Pretty Pencil People werk ik met meerdere heerlijke merken: Prismacolor, Posca en Faber-Castell Polychromos. Alle drie fantastisch. Maar omdat veel mensen precies willen weten welke kleur ik gebruik, noem ik meestal de Faber Castell-nummers. Dat is handig, tenzij je met een ander merk werkt; dan begint het grote ‘zoek-de-match’-spel. Want nee, die kleuren zijn dus níet één-op-één hetzelfde. En soms lijkt het, maar dan pakt het op papier toch ineens heel anders uit. Verrassing!

Maar goed, daarom zeg ik: blijf gewoon lekker freestylen. Serieus. Daar leer je veel meer van dan van netjes binnen de lijntjes blijven. Je kleurgevoel groeit, je zelfvertrouwen groeit, en je krijgt er ook nog eens originele tekeningen van.

Er is trouwens één uitzondering op deze freestyle-aanpak. En dat zijn alcoholmarkers. Die hebben geen gevoel voor humor. Echt niet. Pak je daar de verkeerde kleur, dan is het gewoon: bedankt en tot ziens, mooie blending. Dus bij markers: test eerst. Freestyle later.

Dus ja, swatchkaarten zijn handig. En kleurnummers noemen ook. Maar voel je vooral vrij om er lekker van af te wijken. Want jouw stijl is niet die van mij. En dat is juist het hele punt bij elke cursus die ik maak. Zin om dat kleurgevoel te trainen met vrolijke typetjes, creatieve uitdagingen en een cursus waarin je ook gewoon mag knoeien en lachen? Doe dan mee met Pretty Pencil People. Je leert tekenen, kleuren, relativeren, en vooral: genieten van je potloden. Ook als je per ongeluk paars pakt in plaats van perzik.

Veelgestelde vragen over kleurpotloden en tekenlessen:

Wat is het verschil tussen Prismacolor en Faber Castell?

  • Prismacolor is zachter en romiger, meer wax basis en geven snel veel kleur af. Je zult je potloden vaker moeten slijpen.
  • Faber Castell is harder en preciezer. Geven goed kleur af maar er zijn meer laagjes nodig in vergelijking met Prismacolor
  • Posca: heerlijk smeuig en romiger zoals de Prismacolor, geschikt voor meerdere oppervlakten. Maar heeft niet zoveel kleuren. Vaker slijpen.

Moet je altijd met kleurnummers werken in een tekencursus?

Nee! Je leert juist veel door te freestylen met je eigen kleuren.

Wanneer je schrikt van je eigen foto…

Wat doe je als je schrikt van een foto van jezelf?

Als je ineens ziet wat je al weken, maanden misschien, voelt… maar niet durfde te benoemen. Dat je lijf iets vasthoudt. Dat je gezicht vermoeider is dan je dacht. Dat je lichaam niet meer past bij het beeld dat je in je hoofd hebt van jezelf.

Voor mij is het vaak het moment waarop ik de kilo’s voel aanvliegen. Niet letterlijk natuurlijk, maar alsof ze ineens zichtbaar worden. Alsof ik ze in één keer allemaal zie zitten, op die ene foto. En dat raakt. Want ook al weet ik dat het stress is, dat mijn lijf mij probeert te beschermen… het blijft confronterend. En het gebeurt juist op momenten waarop ik even rust zou moeten hebben. Zoals nu. Op vakantie. Maar mijn lijf staat in overlevingsstand. Het houdt vast. Aan reserves. Aan spanning. Aan alles wat ik nog niet heb verwerkt. En ik heb op dit moment de mentale ruimte niet om daar grote stappen in te zetten. Maar ik wil ook niet wegkijken. Niet meer. Hoe ik daarmee omga, vertelde ik in deze post op Insta.

Wat ik hier wel met je wil delen, is wat mij helpt. Wat mij iedere keer weer een beetje terugbrengt naar zachtheid. Naar iets van rust. Naar een vriendelijker blik. En dat is mijn hoofd vullen met mooie waarheden. Elke dag opnieuw. En ze tekenen, vangen in een beeld. Om mijn brein te trainen om liever naar mezelf te kijken.

Tekenen met Sara Lindenhols

En dat is precies waarom ik de cursus Waardevol Creatief heb gemaakt.

Het is geen cursus om jezelf te verbeteren, maar om anders te leren kijken. Niet naar hoe mooi of strak of perfect je iets tekent, maar naar hoe je over jezelf denkt terwijl je tekent.

In deze cursus beginnen we elke les met een mooie waardevolle quote. Een zin die je helpt om net iets liever te denken dan je gewend bent. Daarna teken je. Schrijf je. Luister je naar een podcast waarin ik je meeneem in het thema. Alsof we samen aan de keukentafel zitten. Zonder oordeel. En met ruimte om gewoon te zijn wie je nu bent.

Ook zit er een Spotify-lijst bij vol liedjes over zelfliefde, schoonheid, zachtheid en kracht. Niet de glitterachtige variant, maar de echte. De rauwe. De warme.

Je hebt geen ervaring nodig om mee te doen. Geen talent. Alleen een potlood, een vel papier, en de bereidheid om één kleine stap te zetten. Richting jezelf. Richting mildheid. Richting groei. Want als je worstelt met je uiterlijk, met je zelfbeeld, met wat je ziet op die ene foto… dan ben je niet alleen.

Maar je bent wél te waardevol om erin te blijven hangen. En dat liever kijken? Dat kun je leren. Stap voor stap. Quote voor quote. Tekening na tekening. Waardevol Creatief is er voor jou. En als je een extra zetje nodig hebt: stuur me gerust een berichtje voor een kortingscode. Ik geef hem met liefde. Omdat jij het waard bent.

liefs, Sara

Waardevol creatief, tekenen met mindset, illustreren, kleuren, tekening.

Tekenen met karakter; waarom AI mijn stijl niet kan kopiëren.

AI maakt het tegenwoordig wel heel makkelijk om een zelfportret te laten maken. Je gooit een paar trefwoorden in een prompt, en binnen vijf seconden krijg je een gezicht dat verdacht veel op je lijkt. Of soms op een fantasyweergave van je betere dagen. Maar is dat dan nog een zelfportret? Of gewoon een goed gegokte avatar? Ik nam de proef op de som. In deze foto zie je een verzameling portretten van mij. Een aantal is gegenereerd door AI. En een paar heb ik zelf gemaakt. Met de hand. Met al m’n gevoel, met m’n fouten, met m’n eigenwijze stijl. Kun jij raden welke dat zijn?

Het grappige is: AI kan ontzettend veel. Het mixt stijlen, speelt met licht, kopieert karaktereigenschappen en lijkt soms je ziel te vangen. Maar dat doet het allemaal zonder iets te voelen. Zonder te twijfelen. Zonder een bad-hair-day. Terwijl juist dát het mooie is aan een zelfportret: het laat iets van binnen zien. Niet alleen hoe je eruitziet, maar hoe je tekent als je moe bent. Of net koffie op hebt. Of een beetje verdriet meedraagt.

Ai versus hangetekend. Sara Lindenhols handmade of niet - zelfportretten door Ai

En laten we eerlijk zijn: dit is niet de eerste keer dat een nieuwe manier van maken tot paniek leidt. Toen fotografie opkwam, riepen mensen ook: dat is geen kunst! Toen we digitaal gingen tekenen, zeiden sommigen: dat is valsspelen! En AI? Die krijgt nu hetzelfde stempel: makkelijk, emotieloos, onpersoonlijk. Maar het is gewoon een gereedschap. Geen vervanging. Het is een digitale stagiair met een groot archief en nul intuïtie.

Ja, het schuurt. Zeker als het gaat om auteursrecht. Want waar eindigt inspiratie en waar begint het overnemen? Maar laten we niet vergeten: ook wij creatieve mensen bouwen voort op wat anderen ooit maakten. Die ene stijl die in je hoofd blijft hangen. Die kleurkeuze die je oppikt uit een vintage prentenboek. Dat is geen diefstal. Dat is hoe creativiteit werkt.

Dus nee, ik ben niet tegen AI. Maar ik teken ook niet met algoritmes. Ik teken met gevoel. Met een knik in de lijn. Met een rafeltje hier en daar. Met iets wat geen prompt kan nabootsen. En dát is precies wat ik ook leer in mijn cursussen. Hoe je je eigen stijl vindt. Je eigen stem. Je eigen handschrift. Ook als dat niet perfect is. Juist dan is het echt.

Wil je ontdekken hoe jij jezelf kunt leren tekenen, op een manier die geen AI ooit van je afpakt? Kijk dan even bij mijn cursussen!

En dan nu: raden welke portretten ik met de hand tekende!!

Versus handgemaakt - sara lindenhols - blog - waarom AI je stijl niet kan kopiëren. Tekenen.

Wat kleuren jou vertellen…

Als ik zeg: “Ik voel me geel!” klinkt dat misschien een beetje gek.
Maar toch — welk gevoel roept dat bij je op?
Grote kans dat je denkt aan blij, vrolijk, opgewekt.
En wat als ik zeg: “Lichtgroen?” Dan denk je misschien aan fris, levendig, nieuwsgierig.

Maar bij “een waas van blauw met een vleugje zwart” voel je waarschijnlijk iets heel anders. Verdrietig misschien. Of vermoeid. Misschien zelfs een tikje somber.n

Natuurlijk kan iedereen er andere woorden aan geven. Maar je voelt wél wat ik bedoel, toch? Kleuren zeggen wat woorden soms niet kunnen. En dat is precies waarom creativiteit zo helend is. Het is een taal van voelen, niet van uitleggen.

De kleuren die jij het mooiste vindt, het meest kiest qua kleding of in je tekeningen … dat zegt iets over je …Tot nu toe koos ik kleur meestal puur intuïtief. In de periode dat ik net moeder werd, leefde ik (onbewust) in warm rood. Mijn haar, mijn kleding, zelfs mijn keuken: rood. En tijdens een zware depressie verdween dat rood. Alles werd zwart. Ja, ook mijn haar. 

Maar dat is het mooie van kleur: het groeit met je mee. Of eigenlijk… het wéérspiegelt je.



Wat veel mensen niet weten, is dat kleur niet alleen iets over je zegt; het beïnvloedt ook hoe je je voelt. Bedrijven weten dat al lang. Rood en geel, bijvoorbeeld: de kleuren van haast alle fastfoodketens. Geel trekt de aandacht, geeft je een vrolijke vibe. Rood verhoogt je hartslag en zet aan tot actie. Resultaat? Snel kiezen, hap toe. (Pun intended.)

En er is zelfs een voetbalstadion dat de kleedkamers van de tegenpartij zachtroze verfde, gewoon, om ze een beetje tammer het veld op te sturen.  En in de jaren 70 werd al ontdekt dat roze een kalmerend effect kan hebben op het brein. Sommige gevangenissen kleurden toen zelfs hun muren roze.

Kleuren raken je dus. Onbewust, of juist heel bewust.

Zo had ik de laatste tijd, de neiging om me weer helemaal in het zwart te hullen. Maar ik besloot: niet alleen zwart. Ik weet wat kleur kan doen en ik draai het nu om: ik wil kleur inzetten om mezelf te dwingen positief te blijven. Maar ik wil mijn gevoel ook niet ontkennen. Dus combineer ik het bewust met fuchsia en koningsblauw.

Fuchsia is voor mij de kleur van durven dromen, van durven stralen. Het zegt: hier ben ik – ik wijk niet. En blauw? Blauw herinnert me aan (zelf)vertrouwen. Aan helderheid. Aan ademhalen. En dat had ik de laatste tijd even nodig.

Bedenk wel: er zijn boeken vol geschreven over de betekenis van kleur. Maar alsnog kan dit per persoon afwijken. Zie het zo: de gemiddelde kledingmaat voor vrouwen in Nederland is 40-42. Maar er zijn zat dames die veel slanker zijn en er zijn er zat die veel gevulder zijn. En zoals dat de Italiaanse maatjes soms flink afwijken van de Nederlandse of Amerikaanse maten: zo kan de betekenis van een kleur in een andere cultuur heel anders zijn.

En sowieso: elke kleur heeft zijn positieve vibe, een neutrale en negatieve vibe. Zo kan je rood als de kleur van passie zien (positief), energie (neutraal) … of zelfs als gevaar of boosheid (negatief)… 



Op mijn Instagram zie je een overzicht van wat (globaal) de betekenis is van verschillende kleuren.
(Klik hier).

over hoogteverschil, perspectief en luisteren

Vanaf camping Delphi lijkt het dorpje onder ons op wandelafstand te liggen. Alsof je er zo naartoe zou kunnen slenteren met een koffiekop in de hand. Alsof alles vlak is.

Maar wie goed kijkt, ziet het hoogteverschil.

Tussen hier en daar ligt een dal van ruim tweehonderd meter diep. Dat is alsof je tien flatgebouwen op elkaar stapelt. Alsof je de Euromast ondersteboven de berg in duwt, en je nog steeds bovenaan staat. En het stadje verderop, bij de zee? Dat ligt nóg lager. Meer dan driehonderd meter verschil. Alsof je vanaf hier over twaalf verdiepingen omlaag kijkt – zonder lift.

En wat eruitziet als een vriendelijk veldje met wat struikjes? Dat blijkt een olijfgaard te zijn met tienduizenden bomen – elk metershoog, schaduwrijk, zwaar van geur en geschiedenis.

Zelfs de berg aan de overkant, die eerst één massieve vorm leek, blijkt bij nader inzien uit drie lagen te bestaan. Wat van boven simpel oogt, is in werkelijkheid diep, heet, gelaagd en onvoorspelbaar. Perspectief bedriegt. Boven waait een frisse bries. Beneden hangt de hitte tussen de huizen.

Af en toe horen we flarden van gejuich vanaf een voetbalveld in het dal. Of is het frustratie? De klanken waaien fragmentarisch naar ons toe – maar onderweg verliezen ze hun betekenis. We horen geluid. Maar geen verhaal.

En wanneer we het vragen aan de andere camperaars: “Wat denk jij dat er gebeurt daar beneden?” kijken ze even, knikken lief want ze verstaan geen woord over de grens. Ze zien enkel wat wij zien. Maar zij staan óók op de berg. Met evenveel afstand. Evenveel frisse lucht. Even weinig hitte.

Het is verleidelijk om te denken dat je iets begrijpt, omdat je het kunt overzien. Maar overzicht is geen inzicht. En zien is nog geen voelen.

En voor wie tekent…

Ook in tekenen werkt perspectief precies zo. Wat dichtbij is, lijkt groter. Wat ver weg is, krimpt. Die boom in het dal? Die teken je kleiner dan die voor je neus, ook al weet je dat ze in werkelijkheid even groot zijn. Je ogen doen dat vanzelf. Maar je potlood heeft soms hulp nodig.

Een vergezicht zoals hier in Delphi is prachtig om te oefenen. En het goede nieuws: je hoeft geen meestertekenaar te zijn om het te proberen.

Hier een paar simpele tips:

  • 1. Begin met de horizonlijn.
    Trek een dun lijntje op ooghoogte: dat is waar de lucht de aarde raakt.
  • 2. Bepaal het verdwijnpunt.
    Dat is de plek waar alle lijnen naartoe ‘verdwijnen’.
    (Denk aan wegen, muren, boomrijen – ze lopen daar visueel samen.)
  • 3. Werk in lagen: voorgrond – midden – achtergrond.
    Dingen dichtbij teken je groot en gedetailleerd.
    Verder weg = kleiner, lichter, grijzer, minder detail.
  • 4. Laat kleuren vervagen.
    In de verte worden kleuren koeler, blauwer, grijzer.
    Dit heet ‘atmosferisch perspectief’ – en het werkt ook met aquarel of kleurpotlood.
  • 5. Teken wat je ziet, niet wat je weet.
    Die olijfboom op 300 meter afstand is net zo’n boom als die bij je voeten,
    maar op papier moet hij kleiner – want zo zie jij hem nu.

Perspectief is geen trucje. Het is een manier van kijken. En een uitnodiging tot verwondering.

Jouw lichtje doet ertoe…

Er was eens…

In een oeroud familie­verhaal, doorgegeven bij kampvuren en gefluisterd in tenten, leefde een meisje met ogen zo donker dat ze het licht leken te bewaren voor later. Haar naam was Leah – een naam die klinkt als een zachte zucht: le-áh, “moe”. Niet moe van lopen, maar moe van onzichtbaar zijn. Als iemand haar een compliment maakte, viel het halverwege – als confetti die nooit de grond raakt. Elk vonkje in haar blik doofde zodra de ander wegkeek.

Leah’s vader – sterk in deals, zwak in harten – bedacht een list. Hij hulde haar in een zware sluier en leidde haar naar Jakob, die tot over zijn oren verliefd was op haar jongere zus Rachel. De fakkels flakkerden, de muziek zwol aan; Leah zweeg, monddood door machtsstructuren, en werd een pion in het spel. Jakob, verblind door ritueel en maanlicht, dacht werkelijk dat hij met Rachel trouwde.

Bij zonsopgang gleed de realiteit als koude as over de tentvloer; Jakob ontdekte de verwisseling, Rachel huilde, en Leah voelde de afwijzing tot diep in haar ziel. Het laatste kleine sprankje in haar ogen doofde bijna helemaal uit.

​“Een blik kan je raken, maar jouw waarde ligt dieper dan ogen reiken.”​

Leah kreeg een eerste kind – nu zal Jakob mij zien, dacht ze. Ze kreeg een tweede – nu zal ik vast voor hem stralen. Ze kreeg een derde – nu zal hij eindelijk om mij geven. Maar telkens keek Jakob langs haar heen; zijn aandacht en liefde bleef bij Rachel. En Leah werd moe van het wachten op een waardering die maar niet kwam.

“Geluk wordt kwetsbaar als je het laat afhangen van andermans applaus.”

Op een nacht, onder een maan helder als een zilveren schaal, barstte er wéér nieuw leven door haar heen. Ze wiegde het jongetje, sloot haar ogen, en ergens in haar borst schoof een raam open – alsof gordijnen voor de ochtend wegschoven. Ze fluisterde:

“Deze keer prijs ík het leven.”

Ze noemde hem Juda – “lof”. Buiten bleef alles hetzelfde: Jakob bleef dol op Rachel. Maar ín Leah sprong een lampje aan. Ze besloot dat haar waarde niet langer zou schommelen op Jakobs blik. Het voelde alsof ze een kaars in een donkere kamer zette: de kamer werd niet groter, maar er kwam kleur in elk hoekje.

“Een open hand kan je innerlijke licht zachtjes landen.”

Of je nu wel of niet iets hebt met dit soort oerverhalen: één ding is duidelijk. Mensen schoven Leah opzij, maar het verhaal (God) schoof haar naar voren. Want zij, en niet haar zusje, werd de voorouder van grote koningen en, uiteindelijk, van Jezus. Afgewezen door mensen, maar gekozen door God – anderen keken weg, maar het Leven zelf keek haar vol in het gezicht.

Misschien wacht jij ook op een blik, een like, een “goed gedaan”. Misschien voel jij diezelfde stille moeheid – alsof je batterij nooit echt op 100 % komt. Leah’s verhaal nodigt je uit om de lamp binnenin zelf aan te klikken. Probeer het zo:

  • 1. Fluister je moeheid. Zeg hardop (of in je hoofd): “Ik ben moe omdat…”.
  • 2. Open je handen. Leg ze, palmen omhoog, op je schoot. Adem uit. Voel hoe ruimte ontstaat.
  • 3. Noem je eigen Juda. Fluister één ding waarvoor jij dankbaar bent – los van wie er kijkt of klikt.
  • Herhaal dit een paar avonden. Niet als toverspreuk, maar als oefening: telkens als jij lof kiest, stuur je een klein stroompje licht door je eigen binnenkamer.

Jakob bleef van Rachel houden; dat veranderde niet. Maar in Leah’s ogen kwam weer glans – niet door zijn blik, maar door haar besluit. Elke nacht brandde er een zacht gloeien in haar tent: het licht van iemand die zichzelf gezien wist.

“Waardigheid groeit waar je zelf besluit dat niemand haar meer kan afpakken.”

Misschien, als jij straks het raam opent, voel je diezelfde vonk. Niet alles is opgelost, maar ergens binnenin brandt licht dat niemand kan doven behalve jij. Laat het schijnen.

Je bent een lichtdrager – jouw vonk doet ertoe.

Liefs Sara 🕊️

Tekening is onderdeel van de online tekencursus #journalingJoy

Over sluwheid, schaamte, en een stem die je stil wil maken

(Ik hou ervan om soms, na een aantal jaar dezelfde tekening weer opnieuw te maken. Op deze manier zie je je eigen groei en vordering het beste. Deze x maakte ik de tekening met pastelpotloden van Caran D’Ache.)

Ik had haar al eens eerder getekend. Lang geleden, op dezelfde bijbelbladzijde. Het was hetzelfde verhaal, maar in een andere tijd, in een andere bijbel, met een andere hand. Eva, met de slang in haar armen, een beetje schuin opkijkend, alsof ze zichzelf nog niet in de ogen durfde te zien.

En nu, tijdens onze reis dwars door Bulgarije, tekende ik haar opnieuw. Mijn lijnen waren anders — zekerder, zachter — en mijn gedachten erover zakten een laag dieper. Ze keek me ineens recht aan.

Toen viel het me op. Het is niet zij die de slang vasthoudt, maar de slang die zich in haar omhelzing wurmt. Hij vlecht zijn gedachten tussen de hare en beweegt zich niet met kracht, maar met een bijna tedere sluwheid. Hij stelt niets opdringerigs voor, hij stelt alleen een vraag. Subtiel, gewiekst, ogenschijnlijk vol goede bedoelingen, maar onderhuids doordrenkt met valse intenties.

En wat hij zegt, klinkt niet verkeerd. Integendeel.

“Heeft God werkelijk gezegd…?” (Genesis 3:1)

Het zijn precies die zinnen die blijven hangen. Niet luid, maar slim. Niet grof, maar net genoeg verdraaid om je aan het twijfelen te brengen.

In het Hebreeuws ligt de spanning in de klank. De tekst zegt: “De slang nu was de sluwste (ʿārûm) van alle dieren…” Het woord ʿārûm betekent sluw, slim, berekenend — maar het rijmt op het woord dat slechts één vers eerder werd gebruikt: “Zij waren naakt (ʿērōm), en schaamden zich niet.” (Genesis 2:25)

Naakt en sluw. ʿĒrōm en ʿĀrûm.

Eerst openheid, daarna achterdocht. Eerst kwetsbaarheid, daarna controle. Eerst vertrouwen, daarna de verstikkende stilte.

Naaktheid was niet het probleem. De blik was veranderd.

God had de mens naakt geschapen — onbedekt, aanwezig, onbeschaamd. In die oorspronkelijke staat stond naaktheid voor rust, voor vrijheid, voor zijn zoals je bedoeld was. Maar door de sluwheid van de slang kantelde het perspectief.

“Toen gingen hun ogen open, en zij merkten dat zij naakt waren…” (Genesis 3:7)

Schaamte ontstond, niet omdat hun lichaam veranderde, maar omdat hun vertrouwen werd verwrongen. Ze keken anders, en zagen zichzelf ineens als verkeerd. Te zichtbaar, te kwetsbaar, te bloot. Ze bedekten zich — met bladeren, met stilzwijgen, met terugtrekking uit verbinding.

De slang creëerde niet alleen afstand tot God, maar ook tot zichzelf, tot elkaar. Hij bracht een eenzaamheid die zich niet uitschreeuwt, maar klein en stil maakt.

De slang, toen en nu

De slang bestaat nog steeds. Hij heeft alleen geen schubben meer. Vandaag de dag heeft hij systemen, woorden, rollen. Hij komt in ruimtes waar je hoopte op veiligheid, in gesprekken die als zorg lijken te klinken, maar je langzaam kleiner maken. Hij spreekt zacht, vriendelijk zelfs, tot je stem verdwijnt en hij je monddood achterlaat.

  • “Weet je zeker dat je het wel goed hebt?”
  • “Is dit wel de toon om dit aan te kaarten?”
  • “God vraagt gehoorzaamheid, geen ‘vuile’ taal.”

Hij laat je denken dat stilte heilig is, dat opstaan rebellie is, dat jouw stem gevaarlijk is. Voor je het weet heeft de controle van een ander jouw gezicht verwrongen. Voor je het weet heeft de slang je geïsoleerd en monddood gemaakt.

Maar dan roept God. Niet streng, maar zoekend.

“Waar ben je?” (Genesis 3:9)

God vraagt niet: “Wat heb je gedaan?”, maar: “Waarom ben jij onzichtbaar geworden? Waarom hoor Ik je stem niet meer?” 

En dan, midden in de gebrokenheid, doet Hij iets wat zo vaak over het hoofd wordt gezien.

“En de HEER God maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van huid, en bekleedde hen daarmee.”(Genesis 3:21)

Hij bekleedt hen. Want na de ontmoeting met de slang is er iets onherstelbaar veranderd. Niet alleen hun blik, maar ook hun besef van kwetsbaarheid. De openheid is beschadigd. De rust is gebroken. Ze kunnen het niet meer dragen zoals eerst.

En God doet wat liefde doet: Hij wist het verleden niet uit, maar begint opnieuw, op de plek waar de mens nu is. Hij zegt niet: “We doen alsof het nooit gebeurd is.” Hij zegt: “Ik zie je. Ik zie dat je je bloot voelt. Dat je niet meer durft. En zo laat Ik je niet staan.”

Hij had kunnen zeggen: “Je hoeft je nergens voor te schamen. Die bladeren zijn nergens voor nodig.” Maar echte troost begint niet met “het valt wel mee.” Echte troost begint met: “Ik zie je. En Ik zorg voor je.”

De kleding is geen straf. Geen vervanging van het naakte. Het is de stem van God die zegt: “Ik bekleed jullie. Jullie mogen weer zichtbaar worden, op een manier die je aankunt.”

Het kleden is niet het einde van intimiteit. Het is het begin van God’s beschermende nabijheid.

hoop in vertrouwen

(Ps: deze blog gaat over een stel verhalen uit de bijbel – weet dat ik mijn geloof niet aan je wil opdringen, daarom ga ik niet het hele verhaal herhalen – maar vraag er gerust vrijblijvend naar mocht je het wel willen weten.)

Soms vertellen we elkaar verhalen alsof ze zwart-wit zijn. Zo heb je het bijbelverhaal van de 5 dwaze meisjes met lege kruiken – zij zijn dom, en de wijze meisjes met volle kruiken – zij zijn slim. Klaar. Verhaal afgelopen.

Maar wat als dit verhaal ons iets veel diepers wil zeggen? Alweer een hele tijd geleden kauwde ik lange tijd op de betekenis van dit verhaal. Op de gelaagdheid ervan. En ik maakte er dit schilderij bij. Donker, gelaagd, een beetje mysterieus. Want dit verhaal is lang niet zo eenvoudig als we het soms maken.

Er zit zoveel verborgen in die paar verzen. Eén ding bleef bij me hangen: “Ze vielen allemaal in slaap.” Allemaal. Dus ook de wijze meisjes. Omdat het menselijk om niet altijd wakker en alert te zijn.

Wij vallen soms stil. We zijn allemaal wel eens moe. Allemaal hebben we onze momenten van terugtrekken, of zelfs van het allemaal even verliezen, te moe te zijn… Momenten dat we moeten en willen toegeven aan de slaap.

Dat zegt dit verhaal niet met verwijt. Het zegt het gewoon zoals het is.

Maar waar het in dit verhaal om draait, is niet het slapen. Zelfs niet eens het wel of niet hebben van een gevulde kruik. In dit schilderij heb ik die zoektocht verbeeld. Je ziet puzzelstukjes, onduidelijkheid, lagen die over elkaar heen liggen. Donkere tinten, want het is nacht. Maar te midden van dat alles straalt er een zacht, innerlijk licht uit de figuur. Ze slaapt niet – ze wacht. Niet perfect. Maar hoopvol.

Waarom tien meisjes? Waarom vijf dwaze en vijf wijze?Jezus had ook twee mensen kunnen nemen. Eén wijze. Eén dwaze. Lekker overzichtelijk. Maar nee, Hij kiest voor tien — het getal van heelheid, volledigheid. Zoals de tien geboden. Zoals een minjan: tien mensen om te mogen bidden.

Vijf en vijf is geen tegenstelling. Het is een spiegel. Geen goed versus fout, maar innerlijke verdeeldheid. Want de wijze en de dwaze meisjes… leven in ons allemaal. We hebben allemaal die kant die vooruitdenkt, voedt, voorbereidt. En ook die kant die hoopt dat het wel goedkomt, die liever uitstelt, net iets te simpel vertrouwt op de spontaniteit van het moment of onbewust eigen verantwoordelijkheid afschuift. 

In de hoofdstukken vóór deze gelijkenis (Mat. 24) spreekt Jezus over waakzaamheid, chaos, rampspoed, onzekerheid.In het hoofdstuk erna (Mat. 25:14–46) gaat het over talenten, over zorg voor de minsten, over verantwoording.

Deze gelijkenis staat precies daartussenin. Tussen Chaos en verantwoordelijkheid. Het is een spiegelverhaal. Wie ben jij in de tussenruimte? Dit verhaal is een uitnodiging om naar binnen te kijken en te erkennen ‘Ik ben ze allebei’

(Schilderij 60×60 – Mixed Media / Acryl op doek – te koop)

Creativiteit is geen luxe, maar de weg die leidt naar inspiratie, innovatie en impact

Als illustrator, docent en creatief ondernemer zie ik dagelijks de kracht van creativiteit in actie. Of het nu in een klaslokaal, een zakelijke workshop of op een beurs is; creativiteit biedt de sleutel tot verbinding, groei en verandering. Het is veel meer dan een manier om ‘mooi te maken’ – het is een essentieel instrument voor persoonlijke ontwikkeling en samenwerking.

Creativiteit in het onderwijs: Verbinding en effectiviteit

In het onderwijs draait het vaak om het overdragen van kennis, maar hoe blijf je studenten betrekken? Hoe zorg je ervoor dat ze écht leren in plaats van alleen maar informatie te onthouden? Creativiteit biedt het antwoord. Het toevoegen van eenvoudige creatieve technieken, zoals sketchnotes of het visualiseren van mindmaps, maakt leren niet alleen effectiever maar ook leuker. Dit geldt zelfs voor leerlingen met leeruitdagingen zoals dyslexie, voor wie visuele elementen een enorme meerwaarde kunnen hebben.

Daarnaast stimuleert creatief denken leerlingen om out-of-the-box oplossingen te vinden, een vaardigheid die onmisbaar is in onze snel veranderende wereld. Het zorgt ervoor dat ze niet alleen meer leren, maar dat ze het leren ook nog eens leuk vinden – en dat is waar ik als docent een belangrijke rol kan spelen.

Creativiteit in de zakelijke wereld: Van demonstratie tot teambuilding

In de zakelijke wereld gaat het om meer dan alleen cijfers en strategieën. Het draait om verbinding, motivatie en innovatie. Tijdens beurzen en zakelijke demonstraties merk ik telkens weer hoe belangrijk het is om niet alleen materialen te tonen, maar om het publiek echt te betrekken. Als docent kan ik snel inspelen op het niveau van de toeschouwers, waardoor beginners en gevorderden allebei iets waardevols leren. Dit maakt mijn demonstraties niet alleen leerzaam, maar ook inspirerend.

Creativiteit speelt ook een sleutelrol in teambuilding. In mijn workshops leer ik teams niet alleen nieuwe vaardigheden, maar geef ik ze een creatieve manier om elkaar beter te begrijpen en samen te werken. Het mooiste van alles is dat deze workshops niet afhankelijk zijn van technische vaardigheden; iedereen kan meedoen, van absolute beginners tot doorgewinterde creatievelingen. Creativiteit is grenzeloos.

Waarom kiezen voor mij?

Wat mij onderscheidt van anderen, is mijn vermogen om creativiteit te combineren met didactische expertise. Als docent, gediplomeerd docentbegeleider en ervaren illustrator kan ik de juiste balans vinden tussen leren en plezier. Mijn aanpak is altijd flexibel: ik anticipeer op de behoeften van mijn deelnemers en pas mijn technieken aan op hun niveau. Dit zorgt ervoor dat elke workshop, demonstratie of les niet alleen boeiend is, maar ook daadwerkelijk bijdraagt aan de groei van de deelnemers.

Mijn ervaring als docent helpt me om in elke situatie de juiste boodschap over te brengen. Of je nu een bedrijf bent dat zoekt naar teambuilding, een school die creatief lesmateriaal wil ontwikkelen, of een beursorganisatie die op zoek is naar een inspirerende demonstrator – ik kan jouw publiek en team écht meenemen.

Niet vergeten

Creativiteit is geen luxe, maar de weg die leidt naar inspiratie, innovatie en impact. Het maakt niet uit of je een zakelijke professional bent, een docent of iemand die gewoon nieuwsgierig is naar nieuwe manieren om te leren en te groeien – creativiteit is de sleutel tot vooruitgang.

Ben je benieuwd naar wat ik voor jouw bedrijf, school of evenement in 2025 kan betekenen? Laten we dan in gesprek gaan!

Grenzen stellen: een creatieve Griekse les

Ongelooflijk. Gister een week geleden zat ik nog in de stralende Griekse zon. Manlief en ik spendeerde 5 heerlijke dagen op Kreta. En boy wat inspireerden de Grieken mij! Want wat wij totaal niet wisten, is dat 28 oktober een nationale feestdag is in Griekenland en wij vielen met de neus in de boter en werden getrakteerd op feestelijke optochten met kleurrijke kostuums. Geweldig!

De Grieken zelf spreken van de ‘Ochi-dag’ ofwel de ‘NEE-dag’. Want in 1940 gaf de toenmalige Griekse generaal een krachtig antwoord op de dreigementen van de fascisten: ‘NEE’. Hij weigerde ze toegang tot het land, ondanks de gevolgen. Een antwoord wat onvoorstelbare offers vroeg, want uiteindelijk verloren de Grieken deze strijd.

Wat me zo raakt is de kracht van dit simpele antwoord ‘NEE’. Een woord wat weerstand oproept maar tegelijk ook grenzen beschermt. Hier op Kreta gedenken de bewoners dus elk jaar weer deze kracht. Van jong tot oud, militair tot kleuter, ouders en docenten – allemaal herdenken ze hun trots, hun gastvrijheid maar ook hun recht om nee te zeggen, en hun recht op eigenheid. Kleurrijke parades, optochten door de straten – het hoofd elke keer met trots geheven – iedereen doet mee om samen die boodschap in leven te houden.

Het zette me aan het denken; hoe vaak zijn jij en ik zelf bang om grenzen te stellen? Ook in ons creatieve proces? Of we nu schilderen, schrijven of een nieuw project starten … we voelen de druk om alles zo perfect mogelijk te maken, om steeds meer te doen. Of … erger nog … we zeggen geen NEE tegen de drukte van het leven waardoor we geen JA kunnen zeggen tegen broodnodige creatieve ontspanning.

NEE zeggen kan ruimte geven om JA te zeggen tegen het plezier van proberen, durven experimenteren en zelfs tegen het durven falen. Want juist door fouten te maken en nieuwe dingen te proberen, ontdekken we wat ons echt inspireert.

Uiteraard nam ik een heleboel foto’s. Want dit wil ik allemaal nog een keer vastleggen in tekeningen. Tekenen is voor mij ook een manier van verwerken van wat ik zie, hoor, en voel. Het is niet zomaar iets ‘moois’ maken; het helpt me om dieper te begrijpen wat me roert. Wat ik geleerd heb van de Grieken?

Grenzen stellen vraagt moed. Maar het is essentieel voor groei en zelfrespect. Het kost soms ook veel. Maar het beschermt – op lange termijn- je eigenheid en je karakter.

Hoe mooi is het om dat niet alleen te beseffen maar ook te vieren en het actief uit te leven. Wanneer is jouw ‘Ochi’-dag?

Omhoog ↑